Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 18 maart 2014
Schaderegelingskantoor voor rechtsbijstandverzekering,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
!
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van SRK wegens beroepsfouten in de rechtsbijstand rondom de aankoop en het gebruik van een woning die als bedrijfswoning was bestemd. Appellant kocht de woning in 1997 en werd geconfronteerd met handhaving van het bestemmingsplan door de gemeente, waardoor hij de woning moest verlaten.
Appellant stelt dat SRK naliet tijdig de verkoper aan te spreken wegens non-conformiteit en dat SRK onzorgvuldig was door de bestuursrechtelijke procedure voort te zetten terwijl schikking mogelijk was. De rechtbank wees de vordering af, stellende dat appellant niet aan de klachtplicht van artikel 7:23 BW Pro had voldaan en onvoldoende bewijs leverde voor het schikkingsverweer.
Het hof bevestigt dat appellant reeds in 2000 op de hoogte was van het gebrek en dat de klachttermijn toen is gaan lopen. SRK had vanaf 2003 kunnen handelen, maar toen was de termijn al verstreken. Ook het beroep op schikking faalt wegens niet tijdig klagen. De beroepsfouten hebben appellant geen schade berokkend. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellant af wegens niet tijdig voldoen aan de klachtplicht.