Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.de vennootschap onder firma ( in liquidatie) […],
2.[…], vennoot van appellante sub 1,
[…], vennoot van appellante sub 1,
advocaat: mr J.P.M. Borsboom te Rotterdam.
Gerechtshof Den Haag
Firma [D], exploitant van een tuinbouwbedrijf, vorderde schadevergoeding van Joulz wegens een brand en storing in een trafostation dat Joulz had geleverd en geïnstalleerd. De storing leidde tot schade aan de kas en gewassen. Firma [D] stelde dat het trafostation gebrekkig was en dat Joulz tekort was geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en onrechtmatig had gehandeld.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat onvoldoende was aangetoond dat de storing was veroorzaakt door een montage- of fabricagefout. Firma [D] ging in hoger beroep en voerde aan dat boutverbindingen loszaten en niet met het juiste moment waren aangedraaid, wat leidde tot een te hoge overgangsweerstand en de storing. Joulz betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de oorzaak niet was vastgesteld.
Diverse deskundigenrapporten werden besproken, waaronder rapporten van FW-Techniek, en van partijen ingeschakelde experts. Geen rapport gaf echter voldoende bewijs dat Joulz aansprakelijk was. Ook een brief van Joulz aan haar leverancier waarin aansprakelijkheid werd erkend, werd door het hof niet als erkenning jegens Firma [D] beschouwd.
Het hof oordeelde dat Firma [D] onvoldoende concrete feiten had gesteld om Joulz aansprakelijk te houden. Ook het verzoek tot deskundigenonderzoek werd afgewezen wegens het tijdsverloop en de omstandigheden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Firma [D] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Firma [D] af wegens onvoldoende bewijs voor aansprakelijkheid van Joulz.