Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 12 mei 2015
[appellant],
[geïntimeerde],
advocaat: mr. V. Kortenbach te Den Haag.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond een geschil tussen appellant en geïntimeerde centraal over de nakoming van een aannemingsovereenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan een woning. Appellant vorderde betaling van een bedrag wegens tekortkomingen in het werk en onverschuldigde betaling, terwijl geïntimeerde betaling van openstaande facturen eiste.
De kantonrechter wees de vordering van appellant grotendeels af, maar het hof vernietigde dit vonnis voor zover het de reconventionele vordering betrof. Het hof oordeelde dat geïntimeerde tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, waardoor hij in verzuim was gekomen. De brief van appellant uit januari 2011 werd niet als ingebrekestelling aangemerkt, maar een latere brief uit oktober 2013 wel.
Het hof begrootte de schade op € 1.500 exclusief BTW, gebaseerd op erkende tekortkomingen en offertes van derden, en kende daarnaast deskundigenkosten toe van € 666,50. De overige vorderingen werden afgewezen. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding en deskundigenkosten, vermeerderd met wettelijke rente, het overige wordt afgewezen.