Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 27 januari 2015
[appellant],
de vereniging WIF (Wooninvesteringsfonds),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- een raamwerk van hout is aangebracht;
- diverse plastic potten met grond staan;
- dat er gebruik is gemaakt van grote stukken zwart zeil;
- een gat in het plafond is aangebracht waaraan een flexibele afzuigslang is bevestigd;
- een tweede flexibele afzuigslang is gebruikt, welke is bevestigd aan de muur links van de deur en komt in de woonkamer achter de verwarmingsplaat er weer uit, zodat het systeem vanuit de woonkamer niet zichtbaar is;
- een plastic vat/ton met een pomp staat;
- diverse producten staan voor de groei van planten (…);
Dit betekent echter niet dat [appellant] geen schadevergoeding hoeft te betalen. Vast staat immers dat er schade is ontstaan aan het gehuurde, kort gezegd door de (aanleg van de) hennepplantage, en dat het gehuurde op 14 september 2011 niet in goede staat verkeerde. [appellant] is hiervoor op grond van artikel 7:218 BW Pro aansprakelijk. Wél had hij in gebreke moeten worden gesteld, waarbij hem een redelijke termijn voor herstel had moeten worden gegeven. Daaraan doet niet af dat, zoals WIF heeft gesteld, [appellant] spoorloos was. Gesteld noch gebleken is immers dat WIF enige poging heeft ondernomen om met [appellant] in contact te komen. Nu [appellant] geen redelijke termijn voor herstel is gegund, komt het hof uit op een lager schadebedrag, zoals hierna zal worden toegelicht.
Beslissing
elke partij de eigen kosten draagt.