ECLI:NL:GHDHA:2015:1463
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- T.G. Lautenbach
- C.G. Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Provisievergoeding verschuldigd voor tot stand brengen langlopende huurovereenkomst seniorenwoningen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde aan appellante een provisievergoeding van €80.000,- verschuldigd was voor het tot stand brengen van een langlopende huurovereenkomst voor seniorenwoningen in Duitsland. Appellante had opdracht gekregen om een huurder te vinden na het faillissement van de vorige huurder. Hoewel de uiteindelijke huurder door een derde makelaar was aangedragen, stelde appellante dat dit geen belemmering vormde voor haar recht op provisie.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat de provisie alleen verschuldigd was indien appellante zelf een huurder uit eigen netwerk had aangedragen. Het hof oordeelde anders: uit de e-mailcorrespondentie, notulen van aandeelhoudersvergaderingen en verklaringen bleek dat partijen een provisie waren overeengekomen bij het tot stand brengen van een huurovereenkomst, zonder dat het uit het netwerk van appellante hoefde te komen.
Het hof concludeerde dat appellante substantieel had bijgedragen aan de totstandkoming van de huurovereenkomst en dat de provisie niet was verdisconteerd in de maandelijkse vergoeding. De gevorderde provisie werd daarom toegewezen, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 9 november 2012. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Tenslotte werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep, en werd het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van €80.000 provisie exclusief btw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 november 2012.