Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 juni 2015
[appellant ],
appellant,
MADINA B.V.,
hierna te noemen: [appellant sub 1],
2. [appellant sub 2],wonende te Den Haag,
hierna te noemen: [appellant sub 2],
3. HOBBY CENTER PANDAS V.O.F.,gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: Pandas,
advocaat: mr. O. Arslan te Den Haag,
MADINA B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
De grieven
Beoordeling van grief 1 van Pandas c.s.
Zoals in eerste aanleg door Madina gesteld, welke stelling in hoger beroep is gehandhaafd en die ook blijkt uit het huurcontract, is [appellant ] niet alleen als bestuurder van Netstaal bij de huurovereenkomst betrokken, maar heeft [appellant ] zich ook in privé als huurder gebonden. In het in zoverre niet betwiste huurcontract wordt immers [appellant ] expliciet genoemd als
huurder 2 in privé.heeft ook als zodanig het huurcontract getekend en is mede als zodanig gedagvaard. Dit betekent dat niet nader uitgezocht hoeft te worden of [appellant ] tevens als bestuurder van de inmiddels ontbonden Netstaal een ernstig verwijt treft van de uitschrijving uit het handelsregister, dan wel het gebruik van deze (volgens Madina toen niet meer bestaande) rechtspersoon bij het aangaan van de huurovereenkomst. De grief wordt verworpen.
Beoordeling van grief 2 van Pandas c.s. en grief 2 van [appellant ] (hierna ook: huurders)
De door Pandas c.s. gestelde contante betaling van € 3.500,-- en de betaling in natura van
€ 4.000,-- is slechts onderbouwd met verwijzing naar productie 4 bij memorie van grieven. Deze productie betreft twee uiterst summiere stukken, die geen enkele verwijzing naar Madina bevatten en bovendien een jaar eerder zijn gedateerd. Nu deze stelling verder niet is toegelicht en door Madina gemotiveerd is betwist, gaat het hof daaraan als onvoldoende onderbouwd voorbij.
De betaling door huurders van in totaal € 79.750,-- (kwitantie bij memorie van grieven) wordt door Madina erkend. Dit bedrag correspondeert grotendeels met de betalingen, die Madina noemt in productie 2 bij inleidende dagvaarding (€ 31.500 + € 47.000 =
€ 78.500). Het is het hof niet duidelijk geworden waar het verschil van € 1.250,-- (ten gunste van huurders) in zit. Toch kan dit niet tot het slagen van deze grief leiden, gelet op het navolgende.
Huurders zijn - in hoger beroep onbestreden – tevens veroordeeld tot het betalen van een gebruiksvergoeding van € 3.693,11 per maand, vanaf mei 2012 (bedoeld zal zijn vanaf juni 2012) tot het moment van de ontruiming. Nu vast staat dat de ontruiming pas in januari 2013 heeft plaatsgehad, gaat het hof ervan uit dat het bedrag van € 1.250,- met het daarbij verschuldigde zal worden verrekend, hetgeen ook geldt voor de borgsom van € 7.500,--die bij de eindafrekening verrekening behoeft.
Beoordeling van grief 3 van [appellant ]
Beoordeling van grief 4 van [appellant ]
Beoordeling van grief 3 van Pandas en grief 5 van [appellant ]
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, tussen partijen gewezen vonnis van 23 november 2012;
- veroordeelt [appellant ] en Pandas c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot zover aan de zijde van Madina begroot op € 1.862,-- aan griffierecht in zaaknummer 200.122.602/01 en € 683,-- aan griffierecht in zaaknummer 200.125.339/01, alsmede op € 2.316,-- aan salaris van de advocaat in de hoofdzaak en € 894,-- aan salaris van de advocaat in het incident, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;