Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 23 juni 2015
[appellant],
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
voorlopigeafspraken, inhoudende dat hij in Thailand slechts voor witwassen (voor zover in Thailand gepleegd) vervolgd zal worden. [appellant] meent daarom dat hij een zwaarwegend belang heeft bij rectificatie van de Power Point-presentatie, althans bij een gebod aan de Staat om een toelichting te geven op de gedoogcultuur in Nederland. Grief III, tot slot, is gericht tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat de vordering tot rectificatie hoe dan ook niet toewijsbaar is omdat niet valt in te zien welk spoedeisend belang [appellant] hierbij heeft, mede gelet op zijn stellingen over het in Thailand gevoerde drugsbeleid. Ook in dit verband benadrukt [appellant] dat de gestelde afspraken niet aannemelijk zijn gemaakt en dat bovendien hooguit sprake is van een
voorlopigeafspraak. Hij wijst er daarbij ook op dat witwassen een accessoir feit is en dat het vermeende, in Nederland gepleegde gronddelict slechts zogeheten “achterdeurfeiten” betreft, die volgens recente rechtspraak in Nederland leiden tot een niet-ontvankelijkverklaring dan wel een schuldigverklaring zonder straf.