ECLI:NL:GHDHA:2015:1850
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep incassogeschil rechtsbijstand faillissement Haags Juristen College
In deze civiele zaak staat een incassogeschil centraal tussen appellant, voormalig bestuurder van Haags Juristen College B.V. (HJC), en Faebb B.V., die rechtsbijstand verleende bij het faillissement van HJC. Faebb vorderde betaling van onbetaalde declaraties voor verleende juridische en fiscale diensten.
De kantonrechter wees de vordering grotendeels toe, maar appellant stelde hoger beroep in met meerdere grieven, waaronder dwaling over de hoedanigheid van de fiscaal jurist, onbevoegdheid van de kantonrechter en onredelijke kosten. Het hof oordeelde dat dwaling niet aannemelijk was, omdat de hoedanigheid van fiscaal jurist duidelijk was vermeld en appellant had kunnen weten dat geen toevoeging mogelijk was.
Het hof verwierp ook het beroep op onbevoegdheid en ontbinding wegens wanprestatie. Wel werd de toekenning van buitengerechtelijke kosten en de handelsrente aangepast: de buitengerechtelijke kosten werden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs van werkzaamheden, en de rente werd beperkt tot wettelijke rente omdat appellant als privépersoon handelde.
Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover het handelsrente en buitengerechtelijke kosten betreft, bevestigt de hoofdsom van €15.134,70 met wettelijke rente, en compenseert de kosten van hoger beroep. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €15.134,70 met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en handelsrente worden aangepast, en het vonnis van de kantonrechter wordt deels vernietigd.