ECLI:NL:GHDHA:2015:1857
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis tot betaling voor publiciteitscampagne boek na wanprestatie
In deze civiele zaak staat een overeenkomst centraal waarbij geïntimeerde een publiciteits- en promotiecampagne verzorgde voor het door appellant geschreven en in eigen beheer uitgegeven boek. Appellant betaalde de factuur niet, waarop geïntimeerde een vordering instelde. De kantonrechter wees de vordering van appellant af en veroordeelde hem tot betaling van de factuur, vermeerderd met rente en kosten.
Appellant ging in hoger beroep en stelde meerdere grieven aan het vonnis, waaronder procesrechtelijke bezwaren, onjuiste feitenvaststelling en betwisting van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en arbitrageclausules. Het hof oordeelde dat de procesfouten niet relevant waren door het ingestelde verzet en dat appellant in hoger beroep alle stellingen opnieuw kon voorleggen.
De feitenvaststelling van de rechtbank werd bevestigd, waaronder de afspraken over het honorarium en de inspanningsverbintenis. Appellant had onvoldoende onderbouwd dat geïntimeerde tekort was geschoten in haar inspanningen of dat er andere afspraken waren gemaakt. Ook was appellant niet tijdig in gebreke gesteld. De vordering tot ontbinding wegens wanprestatie en schadevergoeding faalde daarom.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de factuur en proceskosten.