Uitspraak
Uitspraak d.d. 1 juli 2015
[X] te [Z], belanghebbende,
Aanslagen, bezwaren en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
Oordeel van de rechtbank
Geschil in hoger beroep en standpunten en conclusies van partijen
- a) de belastingaanslagen zijn aan te merken als navorderingsaanslagen en een feit(encomplex) dat de navordering rechtvaardigt, ontbreekt;
- b) de Verordening Watersysteemheffing Rijnland 2013 en de Verordening Watersysteemheffing Rijnland 2014 zijn niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt;
- c) de Verordening Watersysteemheffing Rijnland 2013 bevat een onleesbaar en mitsdien onverbindend tarief van de heffing van hen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken;
- d) de GR en het Aanwijzingsbesluit zijn niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt;
- e) de heffingsambtenaar heeft de onder 1.2 en 1.4 vermelde uitspraken op bezwaar niet, althans niet deugdelijk, gemotiveerd;
- f) de heffingsambtenaar heeft bij de behandeling van het bezwaar tegen de onder 1.2 vermelde belastingaanslag de hoorplicht van artikel 7:2, eerste lid,van de Algemene wet bestuursrecht geschonden.
- g) de Staat te veroordelen tot vergoeding van de schade die hij als gevolg van het handelen van de rechtbank heeft geleden, door belanghebbende begroot op € 1.000;
- h) te bepalen dat de anonimisering van de uitspraken van het Hof achterwege zal blijven;
- i) de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende;
- j) de heffingsambtenaar te gelasten de door belanghebbende betaalde griffierechten aan hem te vergoeden.
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- bevestigt de uitspraken van de rechtbank;
- verklaart zich onbevoegd te beslissen op het verzoek van belanghebbende de Staat te veroordelen tot vergoeding van de schade die hij als gevolg van het handelen van de rechtbank heeft geleden;
- wijst de overige verzoeken van belanghebbende af.
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.