Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 21 juli 2015
[appellante],
BOUWINVEST DUTCH INSTITUTIONAL RESIDENTIAL FUND N.V.,
Het geding
Beoordeling van de vordering
(1.1) [appellante] huurt samen met haar gewezen partner (hierna: de man) de woning aan de [adres] (hierna: de woning) tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.453,-- per maand. De man heeft de woning in augustus 2013 verlaten. [appellante] is met haar beide kinderen in de woning blijven wonen.
(1.2) Bij vonnis op tegenspraak in de bodemzaak van 13 februari 2015 (hierna: het bodemvonnis) heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam op vordering van Bouwinvest als verhuurster de huurovereenkomst wegens huurachterstand ontbonden en de ontruiming van de woning gelast, en wel op een termijn van 28 dagen na betekening van het vonnis. [appellante] heeft bij exploot van dagvaarding van 10 maart 2015 hoger beroep ingesteld tegen het bodemvonnis.
(1.3) [appellante] heeft vervolgens bij exploot van dagvaarding van 20 maart 2015 een kort geding procedure aangespannen tegen Bouwinvest waarbij zij heeft gevorderd, primair de ontruiming te verbieden, subsidiair de ontruiming op te schorten.
(1.4) Bij het thans bestreden vonnis van 23 maart 2015 heeft de voorzieningenrechter deze vorderingen afgewezen. De voorzieningenrechter heeft daartoe, kort weergegeven, overwogen dat er geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag in het bodemvonnis, noch van een noodtoestand veroorzaakt door na het bodemvonnis voorgevallen feiten. Van misbruik van (executie)bevoegdheid is volgens de voorzieningenrechter geen sprake, waarbij de voorzieningenrechter het belang van [appellante] om met haar kinderen in de woning te kunnen blijven wonen heeft afgezet tegen het belang van Bouwinvest om haar executiebevoegdheid uit te oefenen.
(1.5) Bouwinvest heeft vervolgens op 24 maart 2015 de woning doen ontruimen.
Beoordeling van de grieven.
Beoordeling van grief 1
Beoordeling van grief 2
Beoordeling van grief 3
Beoordeling van grief 4
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 23 maart 2015;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Bouwinvest tot op heden begroot op € 711,-- aan verschotten en € 2.235,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
M.E. Honée en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.