Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 21 juli 2015
[appellante] ,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Schuldbekentenis wegens ter leen
Aflossing lening [appellante] ”.
“per bank door [bedrijf] Holding e/o M. [geïntimeerde] ”aan [appellante] verstrekte
“Grant Thorton € 2.580,- t/m declaraties 30 juni 2009”en
“lening”,
“schuldbekentenis wegens ter leen ontvangen gelden”opgesteld. Een dergelijke “schuldbekentenis” met bijbehorende lijst is er van 1 september 2009 (daarbij ging het om een bedrag van in totaal € 75.080,--) en een van 25 januari 2010 (daarbij gaat het, omdat er ook na 1 september 2009 nog bedragen door [geïntimeerde] zijn voldaan/betaald, om meergenoemd bedrag van € 83.880,--). [appellante] bestrijdt de omvang en opbouw van genoemde bedragen niet.
de lening(aan [appellante] ) in een stilzwijgende
schenkingwordt omgezet. Over dat oogmerk hebben partijen ook gesproken/onderhandeld (productie 12 bij memorie van antwoord). Daar komt bij dat de specificatie van de in de schuldbekentenissen uit 2009 en 2010 genoemde bedragen als aanhef heeft: “
schuldbekentenis wegens ter leen ontvangen gelden”. Verder is er bij de overboekingen door [geïntimeerde] van gelden naar de rekening van [appellante] (en de overboeking naar [bedrijf] ) steeds vermeld dat het om een lening gaat. Daarnaast zijn er diverse e-mails van [appellante] , gericht aan [geïntimeerde] , waarin over “lening” of woorden van gelijke strekking wordt gesproken. Het hof wijst daarbij ondermeer op de mails van 22 oktober 2007
“ja …lening 3 is ontvangen”, de mail van 29 mei 2008
“stuur je mij nog het overzicht van de te leen ontvangen gelden? Zal nog een injectie van ca. 5000-7000 euro nodig hebben”, de mail van 18 juni 2008 “
Dank voor je leenmuntjes … ”, en de mail van 3 juni 2009 “(…)
verder zou je kunnen overwegen om ieder jaar dat de lening heeft gelopen of loopt een deel kwijt te schelden (….) hij loopt nu al 4 jaar toch, die lening? (…) wat mij betreft (…) krijg jij je geld als het huis is verkocht (…).”
lening” is gebezigd om zo schenkingsrechten te ontlopen en /of zo onttrekkingen van gelden aan de onderneming van [geïntimeerde] af te dekken, welke stellingen door [geïntimeerde] zijn betwist, zijn een onvoldoende betwisting. Daarbij is van belang dat [geïntimeerde] met bankafschriften heeft onderbouwd dat de bedoelde bedragen steeds van hem privé afkomstig waren. Ook de (betwiste) stelling van [appellante] dat [geïntimeerde] voornemens was de bedragen, gelet op de affectieve relatie tussen hen beiden, te zijner tijd kwijt te schelden (memorie van grieven sub 18.3 en de verklaring van [betrokkene] ) is een onvoldoende weerspreking.
geen overeenstemmende wilsverklaringen: uit hetgeen hiervoor onder 8 is overwogen blijkt
bedrog: aan een van de vereisten voor bedrog zoals omschreven in art 3:44, lid 3 BW is niet
dwaling: aan geen van de vereisten voor dwaling zoals beschreven in art. 6:228, lid 1 BW is
misbruik van omstandigheden: aan de daarvoor geldende vereisten zoals geformuleerd in
beperkende werking van de goede trouw: Voor een dergelijke beperking is ingevolge art.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellante] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geïntimeerde] te voldoen de somma van € 83.880,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;
- compenseert de kosten in zowel de eerste aanleg als in hoger beroep;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.