Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- van de zijde van de man op 20 mei 2015 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- van de zijde van de vrouw op 28 mei 2015 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin partneralimentatie was vastgesteld op €784 per maand. Het hof beoordeelt de behoefte van de vrouw opnieuw, waarbij rekening wordt gehouden met haar feitelijke woonlasten en haar beperkte verdiencapaciteit vanwege lage opleiding, gebrek aan werkervaring en taalvaardigheid. Het hof acht het redelijk haar een termijn van twee jaar te gunnen om in eigen levensonderhoud te voorzien.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van een bruto jaarinkomen van €57.520, waarbij diverse lasten en kortingen worden meegewogen. Het hof verwerpt de stelling van de vrouw dat de man niet volledig inzetbaar is en houdt geen rekening met bepaalde kosten die door de werkgever worden vergoed.
Uiteindelijk bepaalt het hof de partneralimentatie op €1.608 per maand vanaf december 2014 tot 1 juli 2017 en daarna op nihil, vanwege de afnemende behoefte van de vrouw door tijdsverloop. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €1.608 per maand tot 1 juli 2017 en daarna op nihil.