Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 29 september 2015
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WILVICTO HOLDING B.V.,
B.V. ROTTERDAMSE GARAGE- EN AUTOMOBIEL MAATSCHAPPIJ “ROGAM”,
advocaat: mr. J.P.C.R. de Jonge te Rotterdam.
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
voorziening) ad € 320.000,-- geheel verrekend mocht worden, b) dat dit doorslaggevende betekenis heeft voor de vaststelling van het deel van de schuld van Wilvicto aan Victoria dat van Wilvicto op Rogam Groep is overgegaan en derhalve voor het deel dat bij Wilvicto is achtergebleven, en c) dat Victoria met schuldoverneming tot de hoogte van het bedrag dat Rogam Groep aan Wilvicto moest betalen akkoord is gegaan en dat dat bedrag nu vaststaat.
“Het geschil waarover Uw Hof dient te oordelen is in de kern als volgt. Heeft Wilvicto nog enig bedrag te voldoen aan Victoria uit hoofde van de rekeningcourantschuld, welke schuld is omgezet in een lening? Van belang daarbij is de hoogte van de koopsom, die door Rogam Groep aan Wilvicto moest worden voldaan. Deze koopsom is rechtstreeks van invloed op de hoogte van het bedrag dat Wilvicto beweerdelijk -want door Wilvicto betwist– nog aan Victoria verschuldigd is uit hoofde van die geldlening. Immers, Rogam Groep heeft de schuld van Wilvicto aan Victoria middels schuldoverneming overgenomen tot het bedrag van de koopsom.”
tussen Wilvicto en Rogam Groepzou blijken te worden vastgesteld. Die koopsom is inmiddels – met het eindvonnis van de rechtbank - tussen Wilvicto en Rogam Groep vast komen te staan. Zoals het hof in zijn tussenarrest (r.o. 4) al heeft vastgesteld, heeft de rechtbank blijkens rechtsoverweging 5.16 van het bestreden vonnis uit de door haar relevant geachte contractsbepalingen afgeleid “dat er op het moment van de levering van de aandelen overeenstemming bestond over het feit dat bij de vaststelling van de koopsom van de aandelen rekening zou worden gehouden met een reorganisatievoorziening van € 320.000,-”, en vervolgens, in rechtsoverweging 5.18, “de vraag of het enkele feit dat de reorganisatievoorziening uiteindelijk niet in de jaarrekening 2009 is opgenomen meebrengt dat deze voorziening bij het bepalen van de koopsom buiten beschouwing moet worden gelaten” ontkennend beantwoord. Daarmee heeft zij geoordeeld dat er geen grond is de in artikel 3 lid 1 van Pro de leveringsakte vermelde, met inachtneming van de reorganisatievoorziening van € 320.000,-- vastgestelde koopsom voor de aandelen in Victoria van € 255.610,-- op grond van artikel lid 3 van die akte aan te passen. Bij een koopsom van € 255.610, zo stelt Wilvicto zelf met juistheid op pagina 3 van haar memorie van grieven, resteert er nog een vordering van Victoria op Wilvicto van € 181.259,66.
Rogam Groep en Wilvictozijn overeengekomen, bij welke overeenkomst zij zelf geen partij is geweest. In het licht daarvan valt niet in te zien waarom de door Wilvicto voor de vaststelling van haar eventuele restantschuld terecht relevant geachte uitleg van de akte van aandelenoverdracht – die, zoals overwogen, een overeenkomst tussen haar en Rogam Groep belichaamt – in haar verhouding met Victoria anders zou moeten luiden dan in haar verhouding met Rogam Groep, met wie zij die overeenkomst heeft gesloten. De toestemming van Victoria ziet immers op het
tussen Wilvicto en Rogam Groepovereengekomen bedrag. Het hof neemt in dit appelgeding dan ook tot uitgangspunt dat de koopsom voor de aandelen, en daarmee het bedrag tot waar Rogam Groep de schuld van Wilvicto aan Victoria heeft overgenomen, € 255.610 bedraagt en dat er na de schuldovergang nog een vordering van Victoria op Wilvicto van € 181.259,66 heeft geresteerd.
grieven I, II, IIIfalen, nu deze alle zien op de totstandkoming van de koopsom voor de aandelen in Victoria en daarmee op het gedeelte van de schuld van Wilvicto aan Victoria dat bij wijze van betaling van de koopprijs op Rogam Groep is overgegaan (en daarmee het gedeelte dat bij Wilvicto is achtergebleven).
Grief IVziet op de overwegingen waarin de rechtbank het beroep van Wilvicto op bedrog respectievelijk dwaling heeft verworpen. Nu Wilvicto in dit appelgeding geen vernietiging van enige overeenkomst op grond van deze wilsgebreken meer vordert, lijkt zij te onderkennen dat voor vernietiging van de overeenkomst met Rogam Groep in deze procedure, waaraan Rogam Groep niet deelneemt, geen plaats kan zijn. Voor zover de grief ziet op de reorganisatievoorziening en de vaststelling van de koopsom, stuit deze – net als grieven I tot en met III – af op het bij rechtsoverweging 3 tot en met 5 overwogene. Voor zover Wilvicto aanvoert dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Victoria zich ten aanzien van de hoogte van de rekening-courantschuld beroept op een voorziening die niet is getroffen terwijl artikel 15 juncto Pro artikel 3 van Pro de akte van levering de hoogte van het eigen vermogen tot uitgangspunt heeft, is het hof van oordeel dat ook dat betoog faalt, nu het miskent dat de schuld van Wilvicto slechts tot het (vaststaande) bedrag van de koopsom voor de aandelen door Rogam Groep is overgenomen en het Victoria niet euvel kan worden geduid dat zij op het resterende deel bij haar schuldenaar Wilvicto aanspraak blijft maken.
Grief Vklaagt er, voor zover die in het licht van het voorgaande nog zelfstandige betekenis heeft, over dat de rechtbank contractuele rente, boeterente en buitengerechtelijke kosten heeft toegewezen, waarbij zij bovendien ten onrechte als peildatum voor de renteverplichting 1 januari 2011 heeft gehanteerd. Wilvicto wijst erop dat de definitieve jaarrekening eerst in november 2011 is vastgesteld en dat die bepalend is voor de aflossing van de schuld van Wilvicto aan Victoria. Voorts heeft, aldus Wilvicto, Rogam Groep aangegeven dat met de betaling van een voorschot van €150.000,-- door Wilvicto “naar alle waarschijnlijkheid voldoende zou zijn betaald”. Zij wijst in dit verband op een overzicht dat zij als productie 9 bij conclusie van antwoord/eis heeft overgelegd, waarin, zo stelt het hof vast, een bedrag van €150.000,-- met omschrijving “Voorschot betaald aan ROGAM” met datum “28-10-2010” is opgenomen. Wilvicto meent dat zij “er tot het moment van vaststelling van de jaarrekening 2009 gerechtvaardigd vanuit is gegaan dat zij de schuld aan Victoria al afgelost had door betaling van het voorschot van € 150.000,--.”
Grief VIheeft geen zelfstandige betekenis en faalt reeds daarom.
Grief VIImist doel omdat die uitgaat van een berekening van de koopsom voor de aandelen in Victoria waarmee het hof zich, gelet op hetgeen het in rechtsoverwegingen 3 tot en met 5 heeft overwogen, niet kan verenigen.
grief VIIIklaagt Wilvicto erover dat de rechtbank haar vordering tot schadevergoeding wegens een tekortkoming van Victoria ten aanzien van de afspraak omtrent overdracht van de debiteuren van Victoria heeft afgewezen. Volgens Wilvicto is overeengekomen dat in verband met de in de jaarrekening van Victoria over 2009 verwerkte voorziening voor dubieuze debiteuren de vorderingen op de desbetreffende (dubieuze) debiteuren aan Wilvicto zouden worden overgedragen, wat Victoria echter heeft nagelaten. Nadat eind september 2010 was gebleken dat er nog een debiteurensaldo was van € 247.724,--, heeft [de accountant van Rogam Groep] erop aangedrongen dat de door [de accountant van Wilvicto] , opgenomen voorziening voor dubieuze debiteuren van €155.724,-- tot € 247.724,--zou worden verhoogd. Nadat Wilvicto dat van de hand had gewezen, zijn partijen, aldus Wilvicto, tot een vergelijk gekomen: het gehele debiteurensaldo van € 247.724,-- zou als oninbaar worden beschouwd en als zodanig worden voorzien in de jaarrekening 2009 van Victoria, onder de voorwaarde dat de hiermee gemoeide vorderingen op de desbetreffende debiteuren aan Wilvicto zouden worden gecedeerd (memorie van grieven sub 79 en 80). Wilvicto stelt voorts bij conclusie van antwoord/eis sub 119 “de gemaakte afspraken omtrent de debiteurenkwestie c.q. de cessie en de uiteindelijke koopsom aanpassing voor een bedrag van €92.000,-- te hebben ontbonden” wegens toerekenbare tekortkoming van Victoria (memorie van grieven sub 88). De schade die Wilvicto stelt te hebben geleden als gevolg van het feit dat Victoria heeft nagelaten de vorderingen aan haar over te dragen, moet, zo meent zij, in beginsel worden vastgesteld op een bedrag van € 92.000,-- (exclusief rente), het verschil tussen het bedrag dat door Wilvicto was voorzien voor dubieuze debiteuren en het bedrag dat later is opgenomen.
Rogam Groepen Wilvicto in het kader van de afwikkeling van de koop en levering van de aandelen in Victoria verplichtingen van
Victoriain het leven zouden hebben geroepen. Waar Wilvicto – daargelaten of zij op dit punt wel heeft gegriefd tegen het andersluidende oordeel van de rechtbank - zelf in hoger beroep (met verwijzing naar haar conclusie van antwoord/eis sub 119) handhaaft dat zij de overeenkomst waarbij koopprijsaanpassing en cessie van de debiteuren is afgesproken (als een geheel) heeft ontbonden, kan zij moeilijk volhouden dat de cessie met Victoria is overeengekomen en jegens haar afdwingbaar is.
Grieven IX en Xhebben geen zelfstandige betekenis en kunnen reeds daarom niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden.