Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 13 oktober 2015
[appellant 1],
[appellant 2],
Gerechtshof Den Haag
Appellanten, exploitanten van een horecaonderneming, betwistten de door Eneco in rekening gebrachte energiekosten en stelden dat zij nooit een overeenkomst met Eneco waren aangegaan. Het geschil betrof de juistheid van de meterstanden en de vraag of appellanten als groot- of kleinverbruiker waren aangemerkt.
De rechtbank had de vorderingen van Eneco grotendeels toegewezen, waarbij werd geoordeeld dat appellanten onvoldoende hadden weersproken dat zij een contractuele relatie met Eneco waren aangegaan en dat de meterstanden correct waren. Appellanten voerden in hoger beroep onder meer aan dat zij nooit met Eneco hadden gecontracteerd en dat de meterstanden onjuist waren.
Het hof oordeelde dat uit diverse correspondentie en gedragingen blijkt dat appellanten sinds juni 2010 energie van Eneco afnamen en dat er dus een overeenkomst tot stand was gekomen. Het hof verwierp het verweer dat appellanten als kleinverbruiker hadden moeten worden aangemerkt, omdat dit alleen via de netbeheerder kon worden gewijzigd.
Ook de betwisting van de meterstanden werd verworpen, aangezien appellanten tijdens de comparitie geen onderliggende bewijsstukken hadden overgelegd en de door Eneco overgelegde gegevens consistent waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellanten tot betaling van de openstaande energiekosten en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.