ECLI:NL:GHDHA:2015:2900
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gebieds- en contactverbod en afwijzing voorlopige zorgregeling in kort geding
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter waarin aan de man gebieds- en contactverboden zijn opgelegd ten behoeve van de vrouw, met een duur van één jaar. Tevens werd zijn vordering tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling afgewezen. Het hof neemt de feiten van de voorzieningenrechter over, waaronder de ernstige lastgeving van de man jegens de vrouw, bevestigd door aangiftes en verklaringen van derden.
De man betwist de lastgeving, maar het hof oordeelt dat de opgelegde verboden terecht zijn gezien de aard en duur van de gedragingen, waaronder bedreigingen en intimidaties die voortduren tot maart 2015. Het gebiedsverbod strekt zich uit tot twee plaatsen, waarbij het hof oordeelt dat de man voldoende alternatieve routes heeft en de duur van het verbod niet buitenproportioneel is.
De man vordert voorts een voorlopige zorgregeling voor het minderjarige kind, maar het hof wijst dit af omdat de relatie tussen partijen ernstig verstoord is en de vrouw angstgevoelens heeft. Zonder nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming acht het hof een dergelijke regeling niet mogelijk. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt de man in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gebieds- en contactverbod en wijst de vordering tot voorlopige zorgregeling af.