ECLI:NL:GHDHA:2015:355
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over garantstelling en toestemming echtgenote bij garantieovereenkomst aandeelhouder
In deze civiele zaak staat centraal of een garantieovereenkomst die door een aandeelhouder is gesloten, kwalificeert als een garantstelling in de zin van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro, waarvoor toestemming van de echtgenote vereist is. Sevilla Beheer vordert betaling van een bedrag van € 2.162,61 van geïntimeerde, die een deel van de garantie had overgenomen. De kantonrechter wees de vordering af, stellende dat het om een garantstelling ging.
Het hof stelt vast dat de overeenkomst niet inhoudt dat geïntimeerde zich jegens de Rabobank garant stelde, noch dat hij zich jegens Sevilla garant stelde voor nakoming door XBI. De overeenkomst betreft een voorwaardelijke converteerbare lening en een regeling om verwatering van aandelen te voorkomen. De echtgenote van geïntimeerde had geen toestemming gegeven, maar het hof oordeelt dat die niet vereist was omdat het geen garantstelling betrof.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van Sevilla toe met rente en buitengerechtelijke kosten. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van € 2.162,61 met rente en incassokosten en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.