ECLI:NL:GHDHA:2015:3638
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- J.A. van Kempen
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis tot medewerking doorhaling hypotheek na echtscheiding
In deze zaak ging het om een geschil tussen ex-echtgenoten over de doorhaling van een recht van hypotheek dat de man op de woning van de vrouw had gevestigd. De man was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat hem veroordeelde tot medewerking aan de doorhaling van dit recht na betaling van een bedrag van € 13.500,- door de vrouw.
De man voerde aan dat de doorhaling pas mocht plaatsvinden volgens een conceptconvenant dat was opgesteld in het kader van de afwikkeling van huwelijksvermogens- en pensioenverrekeningskwesties. Het hof stelde vast dat de man geen grief had gericht tegen de vastgestelde feiten en de oordelen van de voorzieningenrechter dat de vrouw een spoedeisend belang had bij de doorhaling en dat er geen spoedeisend belang bestond bij de pensioenkwestie.
Het hof oordeelde dat de grief van de man onvoldoende duidelijk was en dat de man niet aannemelijk had gemaakt dat er volledige overeenstemming was over het convenant. Daarom kon de door de man opgeworpen grief niet leiden tot een ander oordeel. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de man in de proceskosten van de vrouw.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de man tot medewerking aan het doorhalen van zijn hypotheekrecht na betaling van € 13.500,-.