ECLI:NL:GHDHA:2015:3641
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgemeenschap bij echtscheiding met overbedeling en pensioenverrekening
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam over de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van €74.589,75 wegens overbedeling en tot pensioenverrekening aan de vrouw. Het hof beoordeelde diverse grieven van partijen over aandelen, bedrijfspand, inboedel, kosten en gebruiksvergoeding van de echtelijke woning.
Het hof verwierp de grieven van de man over aandelen, omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij geen aandelen hield in een vennootschap. De berekening van de waarde van het bedrijfspand werd aangepast op basis van taxatiewaarde minus hypotheekschuld, wat leidde tot een hogere vergoeding aan de vrouw. De vordering van de man voor vergoeding van meegenomen inboedel en persoonlijke bezittingen faalde wegens gebrek aan specificatie.
De man kreeg deels gelijk over de verrekening van kosten van de echtelijke woning, waarbij alleen een deel van de hypothecaire rente werd toegewezen. De vrouw kreeg geen gebruiksvergoeding omdat geen bewijs was dat de man na haar vertrek in de woning verbleef. Het hof veroordeelde de man om binnen een maand te zorgen dat de vrouw de helft van de opbrengst van lijfrenteverzekeringen ontvangt, met een dwangsom bij niet-naleving.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest vernietigde het eerdere vonnis voor zover het bedrag van €74.589,75 betrof en stelde het nieuwe bedrag van €91.104,25 vast als overbedeling. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling van €91.104,25 aan de vrouw wegens overbedeling en legt aanvullende verplichtingen op omtrent lijfrente-uitkeringen.