Uitspraak
1.de staatREPUBLIEK IRAK,
2.de vennootschap naar vreemd rechtCENTRAL BANK OF IRAQgevestigd te Bagdad, Irak,
Iraq Debt Reconciliation Office(hierna: IDRO) opgericht ten einde onder meer een regeling te treffen voor haar uitstaande schulden aan commerciële schuldeisers die hun oorsprong hebben voor 6 augustus 1990. Daarbij is Ernst & Young aangewezen als
Reconciliation Agenten Citibank als
Settlement Agent.
Request for Information, commercial claims Iraq obligors contact letter(hierna: RFI) gepubliceerd, waarbij vorenbedoelde schuldeisers werden uitgenodigd om informatie over hun vordering in te dienen door middel van een
Claim Form.
Settlement Agentnamens de Republiek Irak aan [geïntimeerde] bekend gemaakt dat haar vorderingen tot de niet erkende vorderingen behoorden (‘
unreconciled claims’). Daarbij heeft zij onder meer de publicatie
Invitation to tender claims for cash purchase and cancellation(hierna: ITT) aan [geïntimeerde] toegezonden met de volgende mededeling:
tenderingediend en geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar vorderingen aan arbitrage te onderwerpen.
III. [geïntimeerde] te verbieden het verstekarrest ten uitvoer te leggen in en buiten Nederland, (1.) gedurende de onder I genoemde schorsing, en daarna (2.) voor zover het verstekarrest het bedrag dat volgens de IDRO voor uitkering in aanmerking komt overstijgt, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom; en
IV. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van het geding.
grief 1, die zich keert tegen rechtsoverwegingen 4.5 en 4.12 van het bestreden vonnis, betoogt Irak c.s. dat op grond van een aantal door hem aangevoerde omstandigheden de executie van het verstekarrest moet worden geschorst omdat aldus sprake is van feitelijke of juridische misslagen, bedrog, rechtsverwerking, misbruik van bevoegdheid, onrechtmatig handelen en/of strijd met de redelijkheid en billijkheid.
State Organization of Iraqi Portsde contractuele wederpartij is van (de rechtsvoorgangster van) [geïntimeerde] , en Irak c.s. niet betrokken is bij dit geschil, (ii) dat [geïntimeerde] wist dat Irak c.s. niet (verhaals)aansprakelijk was voor de vorderingen op de
State Organization of Iraqi Ports,(iii) dat ( [geïntimeerde] wist dat) de vorderingen ten tijde van de dagvaarding reeds waren verjaard, (iv) dat [geïntimeerde] desniettegenstaande Irak c.s. doelbewust, op de voet van (thans) artikel 55 Rv Pro, heeft gedagvaard, zonder de
State Organization of Iraqi Portste informeren of te dagvaarden, (v) dat de Republiek Irak en Central Bank of Iraq ten onrechte zijn vereenzelvigd met de
State Organization of Iraqi Ports, (vi) dat sprake was van een politiek instabiele situatie, zodat [geïntimeerde] moest weten dat de kans dat Irak c.s. zou verschijnen nihil was, (vii) dat de
State Organization of Iraqi Portsde vordering schriftelijk had betwist, en (viii) dat [geïntimeerde] over dit alles destijds niets heeft medegedeeld aan de rechtbank en het hof in de verstekzaak.
State Organization of Iraqi Portsen (de rechtsvoorgangster van) [geïntimeerde] arbitrage was overeengekomen, althans dat daarover de nodige inhoudelijke discussie gevoerd zou kunnen worden. Daarnaast heeft Irak c.s. bij pleidooi betoogd dat er bovendien sprake was van een noodtoestand die voortvloeide uit het feit dat er na de Irakoorlog een schuldsaneringsregeling (IDRO) was. Deze bij pleidooi naar voren gebrachte gronden zijn, gelet op de twee-conclusieregel, te laat aangevoerd, zodat het hof hier geen acht op slaat; uitzonderingen op die regel doen zich niet voor.
grief 2betoogt Irak c.s. in de kern genomen dat [geïntimeerde] het verstekarrest niet mag executeren omdat, door de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in combinatie met de schuldsaneringsregeling van de Paris Club, een internationaal faillissementsregime is gecreëerd dat meebrengt dat zij haar vorderingen slechts kan indienen bij IDRO. Weigering om daaraan mee te werken is onder de gegeven omstandigheden misbruik van bevoegdheid, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid, aldus Irak c.s.
creditor countriesonderhandelen over het herstructureren van
government-to-government debts. De in het kader van deze club tot stand gekomen regelingen kunnen weliswaar relevant zijn voor commerciële schuldeisers – zo mogen
debtor countriesmet hen geen gunstigere voorwaarden overeenkomen – maar zij binden hen niet.
reconciliation) werden schuldeisers uitgenodigd (in de RFI) om vrijblijvend informatie over hun vorderingen in te dienen in een
Claim Form, waarna IDRO in een
statementliet weten of een vordering een
reconciled eligible claimof een
unreconciled claimwas. In de tweede fase (
invitation to tender) konden schuldereisers van
reconciled eligible claimshun vordering via een
tenderaanbieden en tegen finale kwijting verkopen aan de Republiek Irak, zulks voor 10,25% van de hoofdsom plus rente. Schuldeisers van
unreconciled claimskonden, in de derde fase (
arbitration), via de
tenderakkoord gaan met arbitrage, waarna in arbitrage werd geoordeeld over de vordering; bij een gunstige uitkomst voor de schuldeiser werd de vordering alsnog als
reconciled eligible claimbehandeld.
grief 3bestrijdt Irak c.s. rechtsoverwegingen 4.8 en 4.12 van het bestreden vonnis waarin de voorzieningenrechter het betoog van Irak c.s. dat [geïntimeerde] , gelet op de IDRO-voorwaarden, haar recht op tenuitvoerlegging heeft verwerkt, verwierp. De voorzieningenrechter overwoog dat niet aannemelijk is dat [geïntimeerde] in 2005 bekend was met de voorwaarden van de IDRO-regeling en die heeft geaccepteerd.
unreconciled claimis gekwalificeerd, de mogelijkheid heeft om binnen de gestelde termijn arbitrage te starten. Doet hij dat niet, dan wordt volgens Irak c.s. de vordering op grond van artikel 15 van Pro de IDRO-regeling gekwalificeerd als een
unasserted claim, een vordering waar afstand van is gedaan. [geïntimeerde] heeft geen gebruik gemaakt van arbitrage, en heeft aldus afstand gedaan van haar vordering; zij heeft haar recht op tenuitvoerlegging daarmee verwerkt (inleidende dagvaarding 15-23; memorie van grieven 17 en 39).
Claim Formbepaalde (algemene) voorwaarden van toepassing werden verklaard en dat de RFI vrijblijvend was. Dit een en ander betekent dat [geïntimeerde] , door haar vorderingen bij IDRO in te dienen, geen IDRO-voorwaarden heeft aanvaard.
(…) Niet gesteld is dat de Invitation to tender vóór 9 februari 2006 aan [geïntimeerde] is toegezonden. Dat [geïntimeerde] reeds voor 13 december 2005 met de inhoud van die Invitation to tender bekend is geworden, kan anders dan Irak c.s. menen niet worden afgeleid uit het op 18 augustus 2005 gedateerde exemplaar dat [geïntimeerde] als productie 11 heeft overgelegd alleen. [geïntimeerde] heeft dat immers met de stelling dat haar advocaat dit exemplaar uit andere hoofde heeft verkregen voldoende gemotiveerd weersproken. Niet aannemelijk is derhalve dat [geïntimeerde] zelf op 14 februari 2005 dan wel in december 2005 bekend was met de gestelde voorwaarden van de schuldsaneringsregeling voor commerciële schuldeisers en die heeft geaccepteerd. Het beroep op rechtsverwerking wordt derhalve voorshands verworpen.’
Schedule II to this Invitation lists any claims submitted for reconciliation by the Holder in response to the RFI that could not be successfully reconciled by the Reconciliation Agent by the date of this Invitation.If the Holder tenders its Reconciled Eligible Claims in response to this Invitation, the reconciliation process will continue in respect of any Unreconciled Claims shown on Schedule II hereto; provided, however, thatany claim that is identified on the Holder’s concluding Statement of Unreconciled Claims will, by the Concluding Offer Tender Due Date, at the Holder’s election, either be submitted to the Arbitration Mechanism or withdrawn by the Holder and treated as an Unasserted Claim covered by the discharge and release set out in section 14 above.’
reconciled eligible claimals
unreconciled claimheeft, zijn
reconciled eligible claimaanbiedt via een
tender; een dergelijke schuldeiser zal zijn
unreconciled claimter beoordeling moeten voorleggen aan arbitrage of er afstand van moeten doen. [geïntimeerde] had echter geen
reconciled eligible claims, en bood die dus ook niet aan. Dus zelfs indien [geïntimeerde] de IDRO-voorwaarden zou hebben aanvaard (waarbij het, in de hiervoor onder 32 geschetste redenering van Irak c.s., zou gaan om de versie van 8 augustus 2005), zou artikel 15 niet Pro van toepassing zijn en kan dus niet worden gezegd dat [geïntimeerde] afstand heeft gedaan van haar
unreconciled claims.
grief 4, die zich keert tegen rechtsoverwegingen 4.11 en 4.12 van het bestreden vonnis, betoogt Irak c.s. in de eerste plaats dat [geïntimeerde] ’s recht op executie van het verstekarrest is komen te vervallen doordat zij in de periodes 1989-1999 en 2005-2011 geen aanspraak op betaling heeft gemaakt en de executie in Canada pas elf jaar na het arrest werd aangevangen, te meer nu het om een verstekarrest gaat. Er is daarbij, ingeval van executie, sprake van onevenredige benadeling van Irak c.s. omdat (i) [geïntimeerde] Irak c.s. niet heeft gewezen op de mogelijkheid van verzet, (ii) gelet op de oorlogssituatie redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat Irak c.s. nog over bewijsstukken beschikt, en (iii) de rentecomponent ondertussen fors is opgelopen, aldus Irak c.s. Dit – naar het hof begrijpt – beroep op rechtsverwerking is, moet worden verworpen omdat de genoemde omstandigheden in de risicosfeer van Irak c.s. liggen.
reconciled eligible claimsen deswege niet voor een schikkingsaanbod in aanmerking kwamen.
grief 5, die, behalve voor zover hij klaagt over de proceskostenveroordeling, geen zelfstandige betekenis heeft. De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door Heerma gevorderd.
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 27 juni 2013 voor zover de voorzieningenrechter zich bevoegd heeft geacht ten aanzien van de vorderingen van Irak c.s. voor zover deze vorderingen betrekking hebben op het buitenland,
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;