ECLI:NL:GHDHA:2015:3822
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.J. Frikkee
- J.J.I. Verburg
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken vereiste verklaring
De appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat de vereiste verklaring van het college van burgemeester en wethouders ontbrak, waarin wordt bevestigd dat tevergeefs pogingen zijn ondernomen om met schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen, zoals voorgeschreven in artikel 285 lid 1 Fw Pro.
De appellant stelde in hoger beroep dat hij niet verwijtbaar was dat de Gemeentelijke Kredietbank hem aanvankelijk niet toeliet tot het schuldhulpverleningstraject en dat hij daarom alsnog in aanmerking zou moeten komen voor de schuldsaneringsregeling. Het hof constateerde echter dat de door de advocaat opgestelde bijlage bij het verzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat het verzoek daardoor niet-ontvankelijk was.
Hoewel uit de stukken bleek dat de Gemeentelijke Kredietbank aanvankelijk geen adequate medewerking verleende, was dit voor de beoordeling van het beroep niet relevant. Het hof benadrukte dat het aan de rechtbank is om te beoordelen of het faillissementsverzoek nader aan te houden is om de appellant alsnog het schuldhulptraject te laten doorlopen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af vanwege het ontbreken van de vereiste verklaring en het imperfecte verzoek.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het verzoek tot schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste verklaring.