ECLI:NL:GHDHA:2015:3823
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.J. Frikkee
- J.J.I. Verburg
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van €137.661,28. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel te goeder trouw was en dat de verklaring van een schuldeiser onvoldoende bewijs was voor het tegendeel. Het hof overwoog dat goede trouw een gedragsmaatstaf is waarbij rekening gehouden moet worden met alle omstandigheden, waaronder het gedrag van de schuldenaar en pogingen om verhaal door schuldeisers te frustreren.
Het hof stelde vast dat appellant zich schuldig had gemaakt aan het bezit van een vals reisdocument waarmee hij onder een valse naam werkte en inkomsten op een andere rekening liet storten om beslaglegging te voorkomen. Daarnaast was een schuldeiser onweerlegbaar van mening dat appellant financieel twee levens leidde en deurwaarders misleidde. Ook een eerdere veroordeling wegens oplichting in 2008 sprak niet in zijn voordeel.
Het hof concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep werd verworpen en appellant werd niet toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw.