Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest 29 december 2015
Het geding
Verdere beoordeling in hoger beroep
De beslissing
- € 1.475,- griffierecht;
- € 9.212,- salaris advocaat;
Gerechtshof Den Haag
In deze nalatenschapszaak vordert de zoon dat het hof eerdere uitspraken vernietigt en zijn vorderingen toewijst, waaronder de inbreng van schenkingen door de dochter en medewerking aan de verdeling van de nalatenschap van hun vader en moeder. De zoon is benoemd tot erfgenaam met een erfdeel van een derde, waarbij de legitieme portie moet worden berekend conform artikel 4:968 BW Pro (oud).
Het hof benoemt een deskundige om de omvang en samenstelling van de nalatenschap vast te stellen, maar door de weigering van de dochter om het voorschot te betalen en medewerking te verlenen, kan dit onderzoek niet starten. De dochter heeft zich ondubbelzinnig als erfgenaam gedragen, waardoor haar latere beneficiaire aanvaarding geen betekenis heeft.
Het hof wijst de vorderingen van de zoon toe, bepaalt dat schenkingen moeten worden ingebracht en legt een dwangsom op van €500,- per dag met een maximum van €500.000,- bij weigering van medewerking door de dochter. Tevens veroordeelt het hof de dochter in de proceskosten en tot betaling van beslagkosten aan de zoon.
De eerdere vonnissen en het verstekvonnis worden vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het voorschot van €5.000,- dat de zoon betaalde aan de deskundige wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de zoon toe, veroordeelt de dochter tot medewerking aan de nalatenschapsverdeling en legt een dwangsom op bij weigering.