ECLI:NL:GHDHA:2015:404
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid en staatssteun bij verhuurderheffing
Metterwoon c.s., moedermaatschappijen van verhuurders in de gereguleerde sector, stelden zich in hoger beroep op het standpunt dat de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, met name de verhuurderheffing en heffingsvermindering, onrechtmatig is wegens strijd met het EVRM en verboden staatssteun. Zij vorderden schorsing of buitenwerkingstelling van de wet en terugvordering van staatssteun.
De voorzieningenrechter had hen niet-ontvankelijk verklaard omdat de verhuurderheffing via de belastingrechter kan worden bestreden en moedermaatschappijen geen zelfstandig belang hebben. Het hof bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het spoedeisend belang niet zodanig is dat de bestuursrechtelijke procedure niet kan worden afgewacht. De civiele rechter is niet bevoegd zolang de belastingrechter rechtsgang biedt.
Ten aanzien van het staatssteunargument stelt het hof dat de bestaande steunmaatregelen mogen worden uitgevoerd totdat de Europese Commissie anders beslist. Nieuwe steunmaatregelen moeten worden gemeld bij de Commissie en mogen niet worden uitgevoerd voordat goedkeuring is verkregen. Metterwoon c.s. hebben onvoldoende onderbouwd dat de verhuurderheffing of andere maatregelen ongeoorloofde staatssteun vormen.
De vorderingen worden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd. Metterwoon c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van Metterwoon c.s. af wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende onderbouwing van staatssteun.