ECLI:NL:HR:2000:AA7916
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte verklaring voor overdracht pensioenkapitaal naar België
Eisers, directeur-grootaandeelhouders woonachtig in België, hadden fiscaal gefacilieerd pensioenkapitaal opgebouwd in Nederland en wilden dit onbelast overdragen aan Belgische verzekeraars. Zij vroegen daartoe verklaringen op grond van art. 27 lid 7 Wet Pro op de loonbelasting 1964, die door de Belastingdienst werden geweigerd.
De eisers stelden dat deze weigering onrechtmatig was omdat de overdracht als pensioenuitkering onder art. 18 van Pro het belastingverdrag Nederland-België viel, waardoor alleen België belasting mocht heffen. De Staat stelde dat art. 15 van Pro het verdrag van toepassing was en Nederland belasting mocht heffen.
De President van de rechtbank en het Hof verwierpen de vorderingen van eisers, stellende dat de weigering niet evident onjuist of zonder grond was en dat er geen spoedeisend belang was voor een kort geding. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat art. 27 lid 7 LB Pro geen zelfstandige rechtsgrond biedt om afgifte van de verklaring te vorderen en dat de weigering slechts onrechtmatig kan zijn indien deze evident onjuist is.
Het incidentele beroep van de Staat werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidde. De kosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de weigering van de Staat om verklaringen af te geven en wijst het cassatieberoep van eisers af.