ECLI:NL:GHDHA:2015:42
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen overgang van onderneming en afwijzing loonvordering werknemer na ontbinding koopovereenkomst
In deze zaak stond centraal of de werknemer als gevolg van een overgang van onderneming automatisch in dienst was gekomen bij Art & Finish. De werknemer was sinds 1991 in dienst bij een onderneming die haar activa en passiva aan Art & Finish had verkocht. Art & Finish stelde dat er geen overgang had plaatsgevonden en vernietigde de koopovereenkomst.
De kantonrechter kende de loonvordering van de werknemer toe, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat Art & Finish de onderneming daadwerkelijk had voortgezet. De koopovereenkomst was ondertekend, maar er waren slechts voorbereidingshandelingen en geen daadwerkelijke exploitatie door Art & Finish.
Het hof benadrukte dat het behoud van de identiteit van de onderneming essentieel is voor overgang, wat hier ontbrak. Bovendien was de onderneming bij faillissement onderdeel van de boedel gebleven en was zij aan een derde verkocht. De werknemer was bij die derde in dienst getreden en niet bij Art & Finish.
Daarom wees het hof de loonvordering af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten. Dit arrest bevestigt het belang van feitelijke voortzetting bij overgang van onderneming en dat een loutere koopovereenkomst zonder daadwerkelijke exploitatie onvoldoende is.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat geen sprake is van overgang van onderneming.