ECLI:NL:GHDHA:2015:427
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- C. van Nievelt
- J.A. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij vervangende toestemming reisdocument na verstreken reisperiode
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die haar vordering tot vervangende toestemming voor het verstrekken van een reisdocument en toestemming voor een vakantie met de minderjarige naar het buitenland heeft afgewezen.
Het hof stelt vast dat de vrouw geen grief heeft gericht tegen de vastgestelde feiten en gaat uit van de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter. De vrouw vordert vervangende toestemming voor het verstrekken van een reisdocument en toestemming voor een vakantie met de minderjarige naar Turkije in september/oktober 2014.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de periode waarvoor de toestemming is gevraagd inmiddels is verstreken. Daarnaast wijst het hof erop dat dergelijke vorderingen in een bodemprocedure door de kinderrechter moeten worden behandeld, en dat de vrouw niet heeft onderbouwd waarom zij geen bodemprocedure is gestart.
De vrouw had tijdig contact kunnen zoeken met de man om toestemming te verkrijgen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af, inclusief de vordering tot veroordeling van de man in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang na het verstrijken van de reisperiode.