ECLI:NL:GHDHA:2015:430
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling vermogensrechtelijke geschil over waardering woning na beëindiging samenwoning
Partijen, voormalige samenwonenden, verschillen van mening over de waardering van de woning en de financiële afwikkeling na beëindiging van hun samenleving. De man betwist de peildatum, taxatiewaarde, en de in aanmerking te nemen kosten en investeringen, terwijl de vrouw vasthoudt aan de afspraken in de samenlevingsovereenkomst.
Het hof bevestigt dat de peildatum voor waardering 1 september 2010 is, conform de samenlevingsovereenkomst. De taxatie van [naam A] Makelaardij met een waarde van €360.000 wordt als maatgevend aangenomen vanwege de volledigheid en onderbouwing. Kosten koper worden deels meegenomen, waarbij een bedrag van €11.031 wordt erkend. De hypothecaire lening wordt vastgesteld op €30.000, waarbij rente en extra kosten buiten beschouwing blijven.
Investeringen in de woning door de man worden gedeeltelijk erkend en in mindering gebracht op de waardevermeerdering, met een schatting van €29.635. De vordering van de vrouw tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van het bestreden vonnis, 18 september 2013.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de man tot betaling van €61.167 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013. Proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €61.167 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013.