Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 31 maart 2015
[appellant],
ESSENT ENERGIE VERKOOP NEDERLAND B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(1.1) Op 9 januari 2010 is tussen partijen een overeenkomst (voor zakelijke klanten) tot stand gekomen, voor de levering van gas (met de unieke EAN-code 871715423001108017). Op 11 januari 2010 is tussen partijen een (grootverbruik)overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van elektriciteit (met de unieke EAN-code 871687910000090774). De beide overeenkomsten hadden betrekking op het perceel [adres] (hierna: het perceel of de locatie). Essent was de leverancier van de energie. De netbeheerder was het bedrijf Intergas, thans Enexis.
(1.2) [appellant] heeft het perceel verhuurd aan een derde. De onder 1.1. bedoelde overeenkomsten zijn op naam van RuBeVe, vertegenwoordigd door [appellant], blijven staan.
(1.3) In verband met de ontdekking van een hennepkwekerij op de locatie op 23 februari 2011 is de aansluiting EAN 87 1687910000090774 toen afgesloten. Blijkens onder meer het onder 1.1 genoemde elektriciteitscontract en productie 4B bij memorie van antwoord (en de toelichting daarop ter comparitie in hoger beroep) heeft deze EAN-code betrekking op de elektriciteitsaansluiting voor de locatie.
(1.3) Essent heeft in eerste aanleg, voor zover thans nog van belang, wegens leveranties tot en met 21 april 2011 in hoofdsom – een viertal facturen (productie 3 bij inleidende dagvaarding) – een bedrag van € 17.931,69, met wettelijke handelsrente gevorderd. Het gaat hierbij om de volgende facturen:
I. factuurnr. 46137954: voorschotfactuur gas € 563,--
II. factuurnr. 35383046: eindafrekening gas, 19/10-2010 tot 21/4-2011: € 16.966,79
III. factuurnr. 71740087: vastrechtvergoeding elektriciteit tot 31/3-2011: € 69,02
IV. factuurnr. 35384725: (herberekening vaste vergoeding elektriciteit): € 332,88
----------------
Beoordeling van grief 1
De factuur is in hoger beroep gecorrigeerd en, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 3 is overwogen, verminderd met een bedrag van € 1.125,67. Zij bedraagt thans dus een bedrag van € 15.841,12 (€ 16.966,79 - € 1.125,67). Het hof acht deze vermindering van eis deugdelijk inzichtelijk gemaakt. Zoals uit het gebruik van voormelde codes voortvloeit is het verschil tussen de oorspronkelijke factuur en de huidige verminderde eis te verklaren uit het feit dat het verbruik aanvankelijk was geschat, maar later door opname van de meter nauwkeurig kon worden vastgesteld.
Daarnaast is daar de kwestie van de vervanging van de gasmeter op 24 maart 2011, die in eerste aanleg uitvoerig aan de orde is geweest. Niet is geschil is dat de meter op 24 maart 2011 is vervangen (niet door Essent, maar door het meetbedrijf en/of de netbeheerder) en dat een nieuwe meter is geplaatst. Essent heeft (bij akte uitlaten van 15 mei 2013) toegelicht dat de geautomatiseerde computer ten onrechte het verschil tussen de oude meterstand d.d. 24 maart 2011 (140.198 m³ gas) en de beginstand van de nieuwe meter d.d. 25 maart 2011 (2 m³ gas) heeft berekend als gemeten verbruik, maar dat dit verschil (van 859.804 m³ gas) niet in rekening is gebracht. Ook dit verschil (vermeld op de specificatie bij voormelde factuur II), dat aanvankelijk verwarrend kon overkomen, is naar het oordeel van het hof inmiddels genoegzaam uitgelegd. Voor zover [appellant] bedoeld heeft te stellen dat dit ‘gemeten verschil van 859.804 m³ gas’ wél in rekening is gebracht, miskent [appellant] dat de betreffende specificatie een ‘herleid verbruik’ ter plaatste meldt van ‘0’. Voor het overige is deze stelling onvoldoende toegelicht, mocht [appellant] dit verweer hebben willen voeren.
Tot slot eerdergenoemde productie 10, waarbij het gemeten verbruik en de meterwissel niet direct was te herleiden tot [appellant]. Ook dit punt is in hoger beroep gecorrigeerd met productie 4A (met EAN-nummer) en de toelichting bij memorie van antwoord. De stelling van [appellant] dat uit het document niet is af te leiden of het een “echt document” is, is tegenover de toelichting van Essent evenmin van een voldoende onderbouwing voorzien.
Beoordeling van grief 2.
Beoordeling van grief 3
Slotsom
Beslissing
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam, afdeling kantongerecht, locatie Rotterdam van 13 september 2013; en
- veroordeelt [appellant] om aan Essent tegen kwijting te betalen een bedrag van
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt zowel van de procedure in eerste aanleg als van de procedure in hoger beroep;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
J.J. van der Helm, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2015, in aanwezigheid van de griffier.