ECLI:NL:GHDHA:2015:867
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging incassovordering en opzegtermijn kinderopvangovereenkomst
Partijen sloten op 28 november 2011 een plaatsingsovereenkomst voor kinderopvang, met een opzegtermijn van twee maanden per de 1e of 16e van de maand. De dochter van appellante heeft geen gebruik gemaakt van de opvang, maar de facturen werden niet betaald. Appellante stelde dat zij de overeenkomst op 15 januari 2012 had opgezegd wegens ziekte van haar dochter en verzocht om een verkorte opzegtermijn.
De kantonrechter wees de vordering van Small toe en wees het verzet van appellante af. In hoger beroep heeft appellante meerdere grieven aangevoerd tegen de toepassing van de algemene voorwaarden, erkenning van de vergoeding en de redelijkheid van de opzegtermijn.
Het hof oordeelde dat de opzegtermijn rechtsgeldig was overeengekomen en dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de telefonische mededeling als opzegging kon worden beschouwd. Ook was niet komen vast te staan dat de opzeggingsbrief eerder dan 28 februari 2012 was ontvangen. De opzegtermijn van twee maanden was niet onredelijk, ook niet gezien de omstandigheden zoals ziekte en taalbeheersing.
De buitengerechtelijke kosten werden eveneens terecht toegewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af, waarbij appellante wordt veroordeeld in de kosten.