ECLI:NL:GHDHA:2016:1065
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- C. van Nievelt
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake legitieme portie en onrechtmatig handelen executeur in nalatenschap
Deze zaak betreft een hoger beroep van [broer een] tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag over de nalatenschap van hun overleden ouders. In het testament waren [broer twee] en een zuster uitgesloten als erfgenamen, terwijl [broer een] als executeur was aangewezen. De legitieme portie werd vastgesteld op €32.590,02, waarvan alleen de zuster haar deel ontving, maar [broer twee] niet.
De rechtbank oordeelde dat [broer twee] zijn legitieme portie had opgeëist en dat er geen sprake was van afstand of rechtsverwerking. [broer een] stelde in hoger beroep een incidentele vordering in tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het vonnis, vanwege zijn financiële situatie. Het hof beoordeelde deze vordering aan de hand van jurisprudentie en concludeerde dat geen sprake was van een feitelijke of juridische misslag en dat de belangenafweging in het voordeel van [broer twee] uitviel.
Het hof wees de incidentele vordering af en veroordeelde [broer een] in de kosten van het incident. Tevens bevestigde het hof dat [broer een] als executeur toerekenbaar onrechtmatig had gehandeld door de legitieme portie niet uit te betalen, en veroordeelde hem tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten aan [broer twee]. De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het vonnis wordt afgewezen en [broer een] wordt veroordeeld tot betaling van de legitieme portie met rente en kosten.