ECLI:NL:GHDHA:2016:1248
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar andere woonplaats
In deze zaak staat de vraag centraal of de moeder vervangende toestemming mag krijgen om met de minderjarige te verhuizen naar een andere woonplaats. De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die deze toestemming verleende, stellende dat het belang van het kind niet voldoende is meegewogen en dat de verhuizing het contact met de vader belemmert.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat, maar dat ook andere belangen, zoals het recht van de ouder om zijn leven opnieuw in te richten, meegewogen moeten worden. De minderjarige woont inmiddels ruim driekwart jaar in de nieuwe woonplaats, zit daar op school, heeft daar sociale contacten en ontwikkelt zich goed. Ook is de minderjarige onder toezicht gesteld vanwege gedragsproblemen.
Het hof stelt vast dat het niet in het belang is om de verblijfplaats van de minderjarige opnieuw te wijzigen, mede gezien de hechtingsperiode en de continuïteit die geboden moet worden. De moeder heeft een weloverwogen keuze gemaakt en heeft een economische en sociale binding met de nieuwe woonplaats. De reisafstand belemmert het contact tussen vader en kind niet zodanig dat dit reden is om de verhuizing te weigeren.
De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken die reeds in eerste aanleg aan de orde zijn geweest. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de moeder vervangende toestemming geeft om met de minderjarige te verhuizen naar de nieuwe woonplaats.