ECLI:NL:GHDHA:2016:133
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- I. Obbink-Reijngoud
- C. van Nievelt
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Hof bepaalt definitieve kinderalimentatie na prejudiciële vragen Hoge Raad
In deze zaak stond de definitieve vaststelling van de kinderalimentatie vanaf 1 januari 2015 centraal, na beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad over de toepassing van het kindgebonden budget bij de draagkrachtberekening.
Het hof volgde de Hoge Raad in de uitleg dat het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande ouderkop, moet worden meegerekend bij het inkomen van de ouder die het ontvangt en niet in mindering gebracht op de behoefte van het kind. Hierdoor werd de behoefte van de minderjarige verhoogd van €268 naar €353 per maand.
De vrouw ontvangt een uitkering en bijzondere bijstand, waardoor het hof het niet redelijk acht dat zij bijdraagt in de kosten van het kind. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €912 per maand, waarmee hij volledig in de behoefte van het kind kan voorzien. De kinderalimentatie werd daarom vastgesteld op €353 per maand, met verrekening van reeds betaalde bedragen.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2015 €353 per maand kinderalimentatie betalen, de vrouw hoeft niet bij te dragen.