Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 24 mei 2016
Het geding
- appellante als eiseres in conventie en gedaagde in de door geïntimeerde 2 ingestelde voorwaardelijke reconventie,
- geïntimeerde sub 1 als gedaagde,
- geïntimeerde sub 2 als gedaagde in conventie en eiser in voorwaardelijke reconventie en
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
- is bepaald dat de resterende legitieme vordering van appellante € 2.721,16 bedraagt;
- is bepaald dat deze resterende legitieme vordering uit de nalatenschap van [de moeder] (hierna: erflaatster) moet worden voldaan;
- is de nalatenschap van erflaatster als volgt verdeeld:
- geïntimeerden hoofdelijk worden veroordeeld tot terugbetaling aan de boedel van de door geïntimeerden tot zich genomen bedragen ad totaal € 14.720,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 22 maart 2011 tot aan de dag van betaling;
- het in totaal tussen de erfgenamen te verdelen bedrag in contanten daarmee
- geïntimeerden gezamenlijk doch ook ieder afzonderlijk te veroordelen (als gemachtigden tot de rekening van erflaatster) tot betaling van de bedragen die uit hoofde van deze verdeling verschuldigd zijn aan appellante en gedaagde in eerste aanleg sub 3,
het hof begrijpt: het hof, van oordeel mocht zijn dat de door geïntimeerden tot zich genomen bedragen als een schenking of een gift moeten worden beschouwd, vordert appellante verdeling van de nalatenschap met een (aanvullend) beroep op haar legitieme. Appellante verzoekt het hof,
het hof begrijpt: vordert, de verdeling van de nalatenschap van erflaatster in goede justitie vast te stellen, en daarbij
het hof begrijpt: vordert, geïntimeerde sub 2 dat het hof hierbij rekening houdt met het huidig batig saldo van de nalatenschap ad € 9.579,56.
Het geschil
€ 9.609,99. Op grond van hetgeen hiervoor onder de rechtsoverwegingen 13 en 17 is overwogen, dient dit bedrag nog te worden verhoogd met de opgenomen gelden van in totaal € 14.720,-, alsmede met de wettelijk rente daarover met ingang van 22 maart 2011.
Beslissing
- deelt toe aan appellante een bedrag van € 6.082,49 te vermeerderen met een/vierde deel van de door geïntimeerden verschuldigde rente;
- deelt toe aan geïntimeerde sub 1 een bedrag van € 6.082,50 te vermeerderen met een/vierde deel van de door geïntimeerden verschuldigde rente;
- deelt toe aan geïntimeerde sub 2 een bedrag van € 6.082,50 te vermeerderen met een/vierde deel van de door geïntimeerden verschuldigde rente;
- deelt toe aan gedaagde in eerste aanleg sub 3 een bedrag van € 6.082,50 te vermeerderen met een/vierde deel van de door geïntimeerden verschuldigde rente;