Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 29 maart 2016
de stichting Monumentenstichting Kasteel Oud-Wassenaar,
[geïntimeerde],
advocaat: mr. P. Rijpstra te Den Haag.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
a. [geïntimeerde] is sinds 2 maart 2004 eigenaar van het perceel met woning, gelegen in de gemeente Wassenaar met nummer [X] (plaatselijk bekend [het adres 1]). Over de erfgrens van dit perceel en het naastgelegen perceel met nummer [Y], indertijd in eigendom van de heer [L] en mevrouw [B] (hierna: [L] c.s.) (plaatselijk bekend [het adres 2]), loopt een weg – het hart van de weg is gelegen op de erfscheiding – die vanaf het kruispunt Oud Wassenaarseweg, Van der Oudermeulenlaan, Laan van Hoogwolde (hierna: het kruispunt) via de percelen van [geïntimeerde] en [L] c.s. toegang verschaft tot de percelen met de nummers F 10320, 10321 en 10322. Deze percelen worden ter plaatse aangeduid als Park Oud Wassenaar. In het park staan drie appartementsgebouwen, alsmede het Kasteel Oud Wassenaar (hierna: het kasteel of de Villa). Aan de zuidzijde van het park, op circa 40 meter afstand van het perceel van [geïntimeerde] en [L] c.s., bevindt zich de Zuidpoort en aan de noordzijde, aansluiting gevend op de Lindelaan, de Noordpoort.
dat sprake is van zodanige verzwaring van en hinder door de erfdienstbaarheid dat die ertoe zou moeten leiden dat het hof voor recht verklaart dat alleen nog de bewoners van de appartementen van de Vereniging van Eigenaars en de bestuurders van Monumentenstichting Kasteel Oud Wassenaar c.s. van het Pad gebruik zouden mogen maken. Dat zou, in ieder geval ten opzichte van Monumentenstichting Kasteel Oud Wassenaar c.s. een te grote beperking betekenen ten opzichte van de erfdienstbaarheid zoals die vanaf 1910 ten behoeve van de Villa heeft bestaan.
(i) Maatstaf voor het gebruik van de weg is de plaatselijke gewoonte, waarbij ook de wijze van feitelijke uitoefening van belang is (artikel 5:73 lid 1 BW Pro).
(ii) Vast staat dat de weg in 1977 is heringericht en sindsdien, tot het ingrijpen van [geïntimeerde] in 2005, ongewijzigd is gebleven. Aangeknoopt moet dus worden bij de situatie na de herinrichting van weg in 1977 tot 2005.
(iii) [geïntimeerde] heeft betoogd dat hij in opdracht van de gemeente de asfaltverharding (na zijn wijzigingen in 2005) heeft teruggebracht tot een minimale breedte van 4.25 meter en dat de weg op dit moment weer de breedte heeft van 1977 na herinrichting.
(iv) De gevorderde verklaring voor recht dat de [laan] een breedte had van ongeveer 5.14 meter (in 1910) zal als onvoldoende concreet onderbouwd worden afgewezen, evenals de vordering dat het Kadaster het tracé ter plaatse uitmeet.
(v) De erfdienstbaarheid verleent het recht om te komen en te gaan van het Park Oud Wassenaar naar het kruispunt. Dit betekent dat de weg een tweezijdig gebruik mogelijk moet maken. De rechtbank leidt uit de getuigenverklaringen af dat vóór 2005 auto’s elkaar ter hoogte van het perceel van [geïntimeerde] konden passeren, zij het vanwege de geringe breedte van de weg langzaam en voorzichtig.
(vi) Onder de oude situatie was het zo dat het wegdek ter hoogte van het perceel van [geïntimeerde] als zodanig niet breed genoeg was om twee auto’s te laten passeren, maar dat dit – met gebruikmaking van de berm – , zij het met moeite, wel kon.
(vii) Op dit moment kan dat niet, gelet op het door [geïntimeerde] geplaatste hek. Hierdoor is het gebruik van de weg, meer in het bijzonder van de berm aan de zijde van [geïntimeerde], beperkt. (viii) De vraag is of door de plaatsing van het hek de wijze van uitoefening van het recht van weg zodanig onredelijk wordt bemoeilijkt, dat dit moet worden verwijderd.
(ix) De voor het onderhavige geschil relevante beperking zit in het weggedeelte na lantaarnpaal 1 tot de monumentale boom, een afstand van grofweg 50 meter.
(x) Bij afweging van alle betrokken belangen, toetsend aan de onder (viii) genoemde maatstaf, ziet de rechtbank geen noodzaak tot verwijdering van het hek. De vordering tot verwijdering van het hek én de haag zal daarom worden afgewezen, evenals die tot herstel van het wegdek, nu dit laatste al is gebeurd.
(xi) De vorderingen, kort gezegd, tot verlof onderhoudswerkzaamheden, verwijdering en verplaatsing (verkeers)borden worden eveneens afgewezen.
Daarnaast wordt opgemerkt dat hetgeen in rechtsoverweging 2 (iv) en (xi) is overwogen, niet meer aan de orde is, nu de daarop betrekking hebbende vorderingen in hoger beroep niet zijn gehandhaafd. Wél aan de orde is in de eerste plaats de vordering tot verwijdering van het hek en overige belemmeringen op het perceel van [geïntimeerde], aangezien volgens de stichting de [laan] door de in 2005 geplante heg en het in 2011 geplaatste hek aanzienlijk smaller is geworden dan de erfdienstbaarheid bepaalt.
Weliswaar zullen de beginselen van redelijkheid en billijkheid een rol spelen
bij de uitlegvan de wijze waarop de erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend, maar voor
het bepalen van de inhoudvan de erfdienstbaarheid is in dit bestek voor een belangenafweging geen plaats.
Dit betekent dat het hof de inhoud van de erfdienstbaarheid aan de hand van voormelde maatstaf zal uitleggen.
- [geïntimeerde] heeft in 2005 asfalt weggefreesd, maar het asfalt daarná in opdracht van de gemeente in ieder geval deels teruggebracht, volgens [geïntimeerde] tot een minimale breedte van 4.25 meter, zodat de weg weer de vorm en breedte heeft zoals deze die had in 1977.
- Daarnaast is van belang dat door de rechtbank onweersproken is uitgemaakt dat de erfdienstbaarheid een tweezijdig gebruik van de weg mogelijk moet maken, alsmede dat vóór 2005 auto’s elkaar ter hoogte van het perceel van [geïntimeerde] konden passeren, zij het vanwege de geringe breedte van de weg langzaam en voorzichtig en gedeeltelijk via de berm.
- Tot slot is van belang dat de rechtbank – in hoger beroep onweersproken – heeft uitgemaakt (zie rechtsoverweging 2vii van dit arrest) dat op dit moment twee auto’s elkaar niet kunnen passeren. Omtrent de breedte van een auto heeft [geïntimeerde] betoogd dat voor zover hem bekend een middenklasse auto een breedte heeft van circa 1.75 meter, terwijl de stichting uitgaat van een breedte van 2.40 meter met uitgeklapte spiegels. Een autospiegel heeft een breedte van ongeveer tussen de 15 en 25 cm, hetgeen een feit is van algemene bekendheid. Hieruit volgt dat de stichting in feite uitgaat van een auto met een breedte van rond de 1.90 à 2.00 meter. Ter vergelijking, een BMW E60/E61 5-serie, een middenklasse luxueuze wagen, die in 2003 op de markt kwam, is blijkens de specificaties van de fabrikant 1.85 cm breed (zonder spiegels).
De grieven II tot en met X treffen in zoverre doel.
heeft bij conclusie van antwoord en bij conclusie van dupliek (24) gesteld dat de stichting geen belang bij haar vordering heeft. Deze stelling wordt verworpen. Zij heeft er als heersend erf belang bij om op te komen tegen schending van de erfdienstbaarheid van weg.
Het beroep van [geïntimeerde] op de exceptio plurium litis consortium (conclusie van dupliek 26) wordt verworpen, reeds op grond van het feit dat vaststaat dat de aangebrachte (irreguliere) wijzigingen louter op het perceelsgedeelte van [geïntimeerde] hebben plaatsgevonden, terwijl het relevante perceelsgedeelte van [L] c.s. onaangetast is gebleven.
Ook het beroep op verjaring ( conclusie van dupliek 28) faalt. Vaststaat dat het hek in 2011 is geplaatst, zodat noch van bevrijdende noch van verkrijgende verjaring sprake kan zijn.
Voor zover [geïntimeerde] het beroep op artikel 5:74 BW Pro (conclusie van antwoord 37) heeft gehandhaafd, wordt dit verworpen. Blijkens het voorgaande is het de stichting toegestaan vanuit twee richtingen over de [laan] te rijden. Voor het overige is dit beroep niet toegelicht.
Bij het beroep op artikel 111 Rv Pro (conclusie van antwoord 14) heeft [geïntimeerde] geen belang.
Anders dan [geïntimeerde] in eerste aanleg heeft betoogd, ziet het hof wel degelijk reden om dit arrest uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beslissing
€ 1.000,= voor elke dag of een gedeelte van een dag dat hij na genoemde periode van 60 dagen in gebreke mocht blijven aan genoemde veroordeling te voldoen, dit tot een maximum van € 50.000,=;