Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
niet bewezendat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan integraal vrij.
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen de veroordeling van verdachte voor mensenhandel, zoals omschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4 en 9 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis.
De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren, huisvesten en uitbuiten van de aangeefster met het oog op seksuele arbeid. Het hof onderzocht de verklaringen van de aangeefster kritisch, vanwege de late aangifte, haar overmatig alcohol- en drugsgebruik, korte periode van de feiten en innerlijke inconsistenties in haar verklaringen. Daarnaast ontkende verdachte de tenlastelegging in alle fasen.
Het hof vond onvoldoende steunbewijs voor de stellingen dat verdachte dwang gebruikte, de aangeefster vervoerde van Arnhem naar Rotterdam, haar gedwongen prostitutie te verrichten, of dat hij haar geld afnam. Ook de verklaringen van een getuige die de verdachte belastten werden wegens diens belangen en tegenstrijdigheden niet als betrouwbaar beoordeeld. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof verdachte integraal vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel.