Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 augustus 2016
1. Swartwoudt Vastgoed B.V.,
2. Swartwoudt Holding B.V.,
3. [appellant],
Mourik Installatiegroep B.V., voorheen genaamd AVO Holding B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Betreft: -INGEBREKESTELLING
In plaats van de overeengekomen A5 bouten/ringen zijn A2 bouten/ringen toegepast. Zoals eerder gecommuniceerd voldoen deze niet op de lange termijn. Wij accepteren enkel het gebruik van A2 bouten/ringen als zijnde een noodoplossing voor de periode van maximaal ca. 3 maanden. Vóór verstrijken van deze periode dienen de A2 bouten/ringen vervangen te zijn door A5 bouten/ringen.
Als gevolg van temperatuurschommelingen komt spanning op de bouten en boutgaten. Hierdoor trekken bouten scheef en ontstaan slobgaten in de beplating, welke de bevestiging aanzienlijk verzwakken en dientengevolge, in combinatie met wind en temperatuurbelasting, zullen leiden tot scheurvorming.
De overlap van de platen is dusdanig dat het onderliggende boutgat in de koker nauwelijks teruggevonden kan worden. Het is te verwachten dat nieuwe boutgaten geboord zullen worden, waardoor ongebruikte boutgaten als corrosiepunten zullen gaan fungeren.
Het uitgevoerde herstel van het schilderwerk door uw subcontractor fa. Voscon is door ons niet geaccepteerd wegens onvoldoende kwaliteit.
- i) de schriftelijke ingebrekestelling van circa 28 oktober 2009 van een opdrachtgever van Control, Zinifex Budel Zink B.V. (later Nyrstar Budel B.V. – hierna: Nyrstar) (zie hiervoor onder 2.2, sub c);
- ii) problemen met Nyrstar met betrekking tot meerjarige onderhouds- en garantieverplichtingen van Control.
Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 oktober 2014 in conventie;
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 oktober 2014 in reconventie, maar alleen voor zover daarin de vorderingen tot opheffing van het beslag en tot veroordeling tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat zijn afgewezen, en bekrachtigt dit vonnis voor het overige;
- wijst de vorderingen van Mourik, waaronder al hetgeen in hoger beroep meer of anders is gevorderd dan in eerste aanleg, alsnog af;
- veroordeelt Mourik alle in haar opdracht ten laste van Swartwoudt c.s. gelegde beslagen op te (doen) heffen binnen twee werkdagen na betekening van dit arrest, zulks onder de bepaling dat Mourik al die medewerking zal verlenen die noodzakelijk is voor het (doen) doorhalen van de desbetreffende beslagen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,--, voor iedere dag of dagdeel dat Mourik daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 200.000,--;
- veroordeelt Mourik tot betaling aan Swartwoudt c.s. van alle schade die zij geleden heeft en nog zal lijden als gevolg van de door Mourik gelegde beslagen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- veroordeelt Mourik in de kosten van het geding in conventie in eerste aanleg, aan de zijde van Swartwoudt c.s. tot op heden begroot op € 3.715,-- aan verschotten en € 4.816,50 aan salaris advocaat;
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- veroordeelt Mourik in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Swartwoudt c.s. tot op heden, met inbegrip van het incident, begroot op € 4.580,-- aan salaris advocaat;