Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 23 augustus 2016
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,gevestigd te Rotterdamappellante in het principaal beroep,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Woonstad ontvangt sinds 2012 van een aantal (oudere en veelal al jaren hurende) bewoners van de flat klachten over overlast door [geïntimeerde]. Het gaat dan met name over lawaai (luide muziek, gegil, geschuif, gebonk, stampen, ruzies) overdag, maar ook in de avond en nacht. Volgens Woonstad is deze overlast in 2012 begonnen en duurt deze nog steeds voort, waarbij deze bovendien sinds juli 2015 (na het bestreden vonnis van de kantonrechter) in ernst is toegenomen (bedreigingen/scheldpartijen). Wél zijn er periodes dat de overlast stopt of vermindert maar deze perioden van relatieve rust zijn tijdelijk. [geïntimeerde] vervalt steeds weer in het oude patroon. Woonstad onderscheidt de volgende overlastperiodes: de eerste overlastperiode betreft december 2012 tot en met augustus 2013 en had te maken met problemen van [geïntimeerde] met haar toenmalige, thans ex-vriend. De tweede periode betreft november 2013 tot en met begin februari 2014. De derde periode bestrijkt eind april 2014 tot en met mei 2014. Daarna de vierde periode vanaf eind december 2014 tot en met maart 2015 en de vijfde periode vanaf juli 2015 tot en met september 2015. Recentelijk zijn bovendien weer klachten ontvangen, aldus nog steeds Woonstad.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 13 februari 2015 geoordeeld (i) dat Woonstad goeddeels in haar bewijslevering is geslaagd, waarna de kantonrechter (opnieuw) een comparitie van partijen heeft gelast. De kantonrechter heeft daartoe onder meer overwogen dat het gaat om gehorige woningen en dat aan de overlast in periode 1 en 2 hoe dan ook een einde is gekomen. Bij eindvonnis van 5 juni 2015 is de kantonrechter tot het oordeel gekomen (ii) dat de hernieuwde overlastklachten in 2015 het bestek van het onderzoek te buiten gaan; (iii) dat de tekortkomingen van [geïntimeerde] thans niet de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigen. De kantonrechter heeft hierbij van belang geacht (iv) dat de beide overlastperiodes effectief zijn afgesloten. [geïntimeerde] is (v) in de proceskosten veroordeeld met uitzondering van de kosten van de laatste comparitie. De kosten daarvan moeten partijen voor eigen rekening nemen.
Beoordeling van de grieven in het principaal en incidenteel appel
Ten aanzien van de waardering van de door Woonstad gepresenteerde bewijsmiddelen wijst het hof met name op de verklaringen van de door de kantonrechter gehoorde getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 4], alsmede op de dagboekverslagen (bij inleidende dagvaarding), de schriftelijke verklaringen die (ook in hoger beroep tot aan het pleidooi) zijn overgelegd en overigens op het feit dat [geïntimeerde] erkent dat zij veel familieleden en vrienden heeft en dat het druk is bij haar thuis. De omstandigheid dat er anderzijds (in hoger beroep) schriftelijke verklaringen van omwonenden zijn overgelegd, die schrijven geen overlast te ervaren, maakt dit niet anders. Niet alleen is overlast een subjectief begrip en zijn de overgelegde ontlastende verklaringen uiterst summier, maar bovendien acht het hof de verklaringen van de belastende getuigen overtuigend, waartoe als volgt wordt overwogen.
[getuige 4] verklaart (met verwijzing naar zijn schriftelijke klachten) over frequente herrie die de gehorige flat doortrekt, extreme muziek en gesprekken in het Portugees, die te horen zijn vanaf het balkon of open keukenraam. Het verweer van [geïntimeerde] dat [getuige 4] in een ander portiek woont zodat niet aannemelijk is dat hij geluiden vanuit de woning van [geïntimeerde] kan horen, miskent niet alleen dat vaststaat dat de flat gehorig is, maar ook dat geklaagd wordt over lawaai door het open keukenraam en vanaf het balkon. De stelling van [geïntimeerde] dat zij geen muziekinstallatie heeft, miskent dat er door vele getuigen over harde muziek vanuit de woning van [geïntimeerde] wordt verklaard, die bijvoorbeeld door de in ieder geval aanwezige tv kan zijn veroorzaakt. Ook de stelling dat geluidsoverlast ’s avonds en ’s nachts niet aannemelijk is omdat de tweeling moet slapen, wordt door Woonstad weersproken met de opmerking dat de kinderen vaak bij hun (nabij wonende) grootmoeder logeren. Nu vast staat dat de grootmoeder een grote steun is voor [geïntimeerde] en dichtbij woont, vormt dit een aannemelijke verklaring. Hier komt nog het volgende bij.
Het hof is alles afwegende van oordeel dat de overlast te lang heeft geduurd, terwijl aannemelijk is dat een definitieve oplossing niet in beeld is. Eens houdt het op. Dit stadium is inmiddels bereikt. Daarom zal het hof overgaan tot het ontbinden van de huurovereenkomst en het gelasten van ontruiming, waarbij het hof een ruime ontruimingstermijn zal hanteren. Wel hecht het hof eraan om in dit verband het volgende te benadrukken. Het is hoogst ongewenst wanneer [geïntimeerde] met haar jonge kinderen op straat komt te staan, dan wel huisvesting krijgt op aanzienlijke afstand van haar huidige woonomgeving. Het zorgnetwerk dat [geïntimeerde] niet kan missen, met name de zorg door haar moeder en de crèche, is gebonden aan de omgeving waar [geïntimeerde] thans woont. Onder deze speciale omstandigheden vertrouwt het hof er op dat Woonstad bereid zal zijn om na ontruiming alsnog aan [geïntimeerde] een passende woning in de buurt aan te bieden. Hierbij wijst het hof er nadrukkelijk op dat [geïntimeerde] niet teveel eisen moet stellen aan een andere woning. Het moet gaan om een passende woning volgens de gangbare regels (voor [geïntimeerde] met haar vierjarige tweeling), ook al zou die kleiner zijn dan de huidige woning.
Slotsom
Hierbij past een veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Het hof zal de appelkosten voornamelijk toerekenen aan het principaal hoger beroep. De kosten van het incidenteel hoger beroep zullen worden gesteld op een half punt tarief II. De grieven van Woonstad slagen en de grief van [geïntimeerde] faalt. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, aangezien niet op de in hoger beroep vereiste wijze relevante bewijsaanbiedingen zijn gedaan. Beslist zal worden als hierna vermeld.
Beslissing
- vernietigt de bestreden vonnissen,
- ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen (met betrekking tot de woning [adres] te Rotterdam);
- veroordeelt [geïntimeerde] om deze woning binnen twee maanden na betekening van dit arrest, met alle daarin zich bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels aan Woonstad ter beschikking te stellen;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Woonstad begroot op € 268,80 aan verschotten en € 800,-- aan salaris gemachtigde;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in het principaal hoger beroep, aan de zijde van Woonstad tot op heden begroot op € 94,19 aan kosten uitbrengen appeldagvaarding, € 711,-- aan griffierecht en € 2.682,-- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van Woonstad tot op heden begroot op € 447,-- aan salaris advocaat;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.