Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 26 april 2016
[appellant],
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
bekrachtigd.
Gerechtshof Den Haag
Appellant werd door de rechtbank onder schuldsaneringsregeling gesteld na beëindiging van zijn faillissement. De rechtbank beëindigde deze regeling tussentijds op grond van niet-nakoming van verplichtingen: het niet informeren over de afkoop van een levensverzekering, het niet voldoen aan de sollicitatieplicht ondanks gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, en het ontstaan van een boedelachterstand.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten toegelicht, maar het hof oordeelt dat hij niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Er is sprake van een boedelachterstand van €4.517,21, waarvan een deel bestaat uit bedragen die appellant niet in de boedel heeft laten vloeien. Zijn uitleg hierover wordt niet aannemelijk geacht.
Daarnaast heeft appellant onvoldoende informatie verstrekt over de besteding van verzekeringsuitkeringen en heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij de achterstand kan inlopen. De sollicitatieplicht is niet nageleefd, ondanks duidelijke waarschuwingen en aanwijzingen. Het hof acht de tekortkomingen ernstig en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellant.