ECLI:NL:PHR:2016:914
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving informatie- en sollicitatieplicht
In deze zaak is de schuldsaneringsregeling van verzoeker tussentijds beëindigd door de rechtbank en dit is in hoger beroep bekrachtigd. De beëindiging is gebaseerd op het niet voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder het niet melden van de afkoop van een levensverzekering en de besteding van de verzekeringsuitkering, het ontstaan van een boedelachterstand en het nalaten van aantoonbare inspanningen om werk te vinden.
De bewindvoerder heeft onder meer gewezen op het ontbreken van heldere verantwoording over de besteding van een bedrag van circa €2.400, dat uit de levensverzekering is ontvangen en deels aan dochters zou zijn betaald. Verzoeker heeft onvoldoende uitleg gegeven en is ernstig tekortgeschoten in zijn informatieplicht.
Het hof heeft geoordeeld dat deze tekortkomingen toerekenbaar en van zodanige ernst zijn dat voortzetting van de regeling niet gerechtvaardigd is. Het verzoek tot verlenging van de regeling is daarom afgewezen. Klachten in cassatie tegen deze oordelen zijn niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen nieuwe feiten bevatten en geen voldoende grond voor cassatie bieden.
De conclusie van de advocaat-generaal is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van art. 80a lid 1 RO. De zaak bevestigt het belang van strikte naleving van informatie- en sollicitatieplicht binnen de schuldsaneringsregeling en de mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging bij ernstige tekortkomingen.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling is tussentijds beëindigd wegens ernstige tekortkomingen en het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard.