Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 augustus 2016
[appellant],
[geïntimeerde]
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
ik regel dat” of zoiets, maar dat is onvoldoende om daaruit een afspraak af te leiden dat [appellant] niet de beschikking over de door hem gekochte inboedel zou krijgen.
welkeafspraak “ten behoeve van [de onderneming]” met [appellant] zou zijn gemaakt, laat staan dat zo’n afspraak is bewezen. In het bijzonder is in het geheel niet duidelijk geworden of [geïntimeerde] heeft bedoeld te stellen dat de afspraak was (1) dat [appellant] de inboedel voor een ander kocht en dat die ander eigenaar zou zijn of worden ([geïntimeerde], [betrokkene], derden aan wie de goederen vóór het bodembeslag mogelijk toebehoorden, of anderen), of (2) dat [appellant] de eigendom van de door hem van de belastingdienst gekochte inboedel zou verwerven en houden, maar dat hij de inboedel vervolgens in [de onderneming] zou laten staan zodat [geïntimeerde] deze (al dan niet onder nadere voorwaarden) kon blijven gebruiken.