Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van heden (zijnde de datum van de beschikking van de rechtbank) tot 19 november 2015 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van jongmeerderjarige [naam jongmeerderjarige] , geboren [in] 1997 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de jongmeerderjarige, toen nog minderjarig) telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 253,- per maand;
- bepaald dat de man aan de jongmeerderjarige met ingang van 19 november 2015 als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie zal uitkeren € 445,- per maand en met ingang van 1 januari 2016 € 359,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand tot 19 november 2015 ten laste van de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud toegekend van € 1.000,- per maand, met ingang van 19 november 2015 tot 1 januari 2016 € 821,- per maand en met ingang van 1 januari 2016 € 970,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, hierna: kinderalimentatie, ten behoeve van de destijds minderjarige, thans jongmeerderjarige, in de periode van 3 september 2015 tot 19 november 2015;
- de door de man aan de jongmeerderjarige te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie;
- de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw, hierna ook partneralimentatie.
- primair de partneralimentatie op nihil te bepalen omdat de vrouw niet behoeftig is, subsidiair de partneralimentatie vast te stellen op een bedrag waarbij rekening wordt gehouden met de door de man aangevoerde grieven;
- de door de rechtbank onder 3.3 en 3.4 vastgestelde kinderalimentatie en de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie ten behoeve van de jongmeerderjarige vast te stellen, rekening houdend met de door de man aangevoerde grieven.
- de door de man aan haar te betalen kinderalimentatie met ingang van 3 september 2015 tot 19 november 2015 te bepalen op € 339,- per maand;
- de door de man aan de jongmeerderjarige te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie met ingang van 19 november 2015 te bepalen op € 439,- per maand, met ingang van 1 januari 2016 op € 366,- per maand en met ingang van 1 augustus 2016 op € 353,- per maand;
- de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie te bepalen op € 1.030,- per maand;
- subsidiair de partneralimentatie, de kinderalimentatie en de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie te bepalen op bedragen en met ingang van een datum als het hof vermeent te behoren.
- het door de vrouw verzochte in hoger beroep af te wijzen;
- de partneralimentatie op nihil vast te stellen;
- de bijdrage voor de jongmeerderjarige vast te stellen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, rekening houdend met de onderhoudsplicht van de man voor een andere zoon Jeroen (geboren 18 maart 1995) en de nog door de man en de vrouw te overleggen recente inkomens- en hypotheekgegevens.