ECLI:NL:GHDHA:2016:2649
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging gedwongen schuldregeling buiten faillissementssituatie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank dat haar verzoek tot wijziging van een gedwongen schuldregeling en haar subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees. De schuldregeling was tot stand gekomen op grond van artikel 287a Faillissementswet (Fw) en betrof een prognoseakkoord waarbij schuldeisers een percentage van hun vordering zouden ontvangen.
Appellante stelde dat zij haar schulden niet volledig kon betalen en dat het nieuwe akkoord haar meer vrijheid zou geven en voor schuldeisers een hogere betaling zou betekenen. De grootste schuldeiser, de Woonstichting, en het CJIB gingen niet akkoord met het nieuwe voorstel. De rechtbank oordeelde dat de lopende schuldregeling nagekomen kon worden en dat niet was gebleken dat appellante was opgehouden te betalen, zoals vereist voor toepassing van artikel 284 lid 1 Fw Pro.
Het hof bevestigt dat artikel 287a Fw alleen toepassing vindt in situaties van dreigend faillissement waarbij schuldeisers kunnen worden gebonden aan een schuldregeling. Een verzoek tot wijziging van een bestaande schuldregeling die nagekomen kan worden, en die niet ziet op een dreigende faillissementssituatie, moet aan de gewone rechter worden voorgelegd. Het hof oordeelt dat het nieuwe aanbod niet duidelijk beter is voor schuldeisers en dat appellante redelijkerwijs nakoming van de bestaande regeling kan worden gevergd.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en blijven de verzoeken van appellante afgewezen. Een kostenveroordeling wordt niet opgelegd omdat hier niet om is verzocht.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de schuldregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.