Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 24 augustus 2016
[appellant],
[bedrijf] Transport B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
In de voorliggende zaak zijn de volgende feiten van belang:
Gerechtshof Den Haag
De werknemer was chauffeur bij het transportbedrijf en raakte betrokken bij een verkeersongenoegen met een derde bestuurder. Na een woordenwisseling en bedreiging door de derde, stapte de werknemer uit zijn vrachtwagen en sloeg de derde met een ijzeren staaf. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer verwijtbaar had gehandeld en ontbond de arbeidsovereenkomst zonder transitievergoeding toe te kennen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat hoewel het handelen van de werknemer verwijtbaar was, het niet ernstig verwijtbaar was in de zin van de wet. De agressie van de derde was de aanleiding en context van het incident, waardoor de werknemer recht heeft op een transitievergoeding. De ontbindingsbeschikking van de kantonrechter werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd. Het hof benadrukte dat het gedrag van de werknemer niet te tolereren was, maar dat de ernst onvoldoende was om de transitievergoeding te weigeren. Het vonnis is uitgesproken op 24 augustus 2016 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontbindingsbeschikking en kent de werknemer de transitievergoeding toe.