ECLI:NL:GHDHA:2016:2776
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak oplichting wegens ontbreken listige kunstgreep bij telefoonabonnementen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor oplichting met betrekking tot het afsluiten van telefoonabonnementen en het verkrijgen van mobiele telefoons, maar vrijgesproken van een ander ten laste gelegd feit. In hoger beroep vorderde de advocaat-generaal vernietiging van het vonnis en vrijspraak voor het tweede feit.
Het hof oordeelde dat hoewel verdachte de mededelingen aan het slachtoffer heeft gedaan, niet wettig en overtuigend is bewezen dat deze mededelingen een listige kunstgreep of samenweefsel van verdichtsels vormden zoals vereist voor oplichting. Het slachtoffer was onvoorzichtig en lichtvaardig, en had de onwaarheid kunnen onderkennen.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van het tweede ten laste gelegde feit. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, nu verdachte werd vrijgesproken. De verdachte werd ook niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het eerste ten laste gelegde feit, omdat hoger beroep daartegen niet openstond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting wegens ontbreken van listige kunstgreep.