Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
12 oktober 2016.
Gerechtshof Den Haag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind in een pleegzorgvoorziening verlengde. Zij wenst dat het kind niet langer bij de huidige pleegouders verblijft, maar bij de grootmoeder wordt geplaatst.
Het hof stelt vast dat de moeder de noodzaak van uithuisplaatsing niet betwist, maar alleen bezwaar maakt tegen de plaats van tenuitvoerlegging. De grootmoeder wordt door de moeder gepresenteerd als een stabiele en zorgzame opvoedingsomgeving, hoewel de gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming zorgen uiten over haar draagkracht.
Het hof oordeelt dat het niet bevoegd is om over de plaats van tenuitvoerlegging te beslissen; deze bevoegdheid ligt bij de gecertificeerde instelling. Daarnaast blijkt uit nieuw onderzoek dat de grootmoeder onvoldoende geschikt is als pleegouder. Daarom wordt het verzoek van de moeder afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek af om de minderjarige bij de grootmoeder te plaatsen.