Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
,
primair:
Gerechtshof Den Haag
Verzoekers, gehuwd sinds 2013, vroegen het hof om erkenning van een Thaise adoptie van een minderjarige door de adoptievader, en om partneradoptie door de man uit te spreken. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, onder meer vanwege vermeende strijd met het aantal ouders en gezagskwesties.
Het hof oordeelde dat de Thaise adoptie niet als interlandelijke adoptie, maar als interne adoptie moet worden beoordeeld, en dat aan de voorwaarden voor erkenning volgens artikel 10:108 BW Pro is voldaan. De adoptie vader had zijn gewone verblijfplaats in Thailand ten tijde van de adoptie.
De partneradoptie door de man werd toegewezen omdat aan de wettelijke vereisten was voldaan, waaronder het samenwonen van ten minste drie jaar en het belang van de minderjarige. Het hof stelde vast dat de biologische moeder geen gezag meer heeft en dat de adoptie in het belang van het kind is.
Daarnaast werd de naamswijziging van de minderjarige toegewezen en werd gelast de Thaise geboorteakte in te schrijven in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand, met een latere vermelding van de adoptie. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep toe.
Uitkomst: Het hof erkent de Thaise adoptie en wijst de partneradoptie door de man toe, inclusief naamswijziging en inschrijving in de burgerlijke stand.