Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 15 november 2016
LEMAPA B.V.,
verweerster in het incidenteel appel,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
In het principaal en incidenteel appel
De feiten
Het onderhavige geschil betreft thans in hoger beroep de schadevordering van Lemapa wegens wateroverlast/lekkages via dak en riolering van het na te noemen gehuurde, met name in de periode 2002-2005. In dit verband gaat het, zakelijk weergegeven, om het volgende.
(1.1) Lemapa huurt sedert 1 april 1997 van [geïntimeerde] bedrijfsruimte aan de Pieterskerk-Choorsteeg nummers 7-9 te Leiden (hierna ook: het gehuurde). Daarvoor (vanaf 1983) werd het pand door de heer [naam 1] sr. gehuurd, die in het pand een restaurant exploiteerde. Het pand aan de Pieterskerk-Choorsteeg nummer 11 is in de jaren ’90 bij het restaurant getrokken. Pand nummer 11 is eigendom van de heer [naam 2] (hierna: [naam 2]), die indirect bestuurder is van Lemapa. Lemapa exploiteert in het gehuurde en in het naastgelegen pand Pieterskerk-Choorsteeg 11 (op de begane grond) een restaurant onder de naam Charcoal. De tweede etage van nummer 11 is door [naam 2] verhuurd aan de bedrijfsleider van Charcoal (de heer [naam 1] jr.). Naast restaurant Charcoal bevindt zich aan de Pieterskerk-Choorsteeg in nummer 13 een horecagelegenheid van een derde (het voormalige Beavers).
(1.2) De huurovereenkomst, met bijbehorende algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte ex artikel 7A:1624 BW, is schriftelijk vastgelegd en bevat de gebruikelijke bedingen omtrent onderhoud. Kort gezegd is daarin vastgelegd dat het groot onderhoud voor verhuurder is en het klein onderhoud, waaronder het schoonhouden van het gehuurde en het legen van vetputten, ontstoppen van putten, goten en alle afvoeren/rioleringen tot aan de gemeentelijke hoofdriolering, voor rekening van huurder komt.
Daarnaast kent de huurovereenkomst op grond van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene bepalingen een exoneratiebeding (hierna: het exoneratiebeding), inhoudende:
“6.5 Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade toegebracht aan de persoon of goederen van huurder of van derden - en huurder vrijwaart verhuurder voor aanspraken van derden terzake - door het optreden en de gevolgen van zichtbare en onzichtbare gebreken aan het gehuurde of het gebouw of complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt of ontstaan door het optreden en de gevolgen van weersomstandigheden, van stagnatie in de bereikbaarheid van het gehuurde, van stagnatie in de voorziening van gas, water, electriciteit, warmte, ventilatie of luchtbehandeling, van storing van de installaties en apparatuur, van de in- en uitstroming van gassen of vloeistoffen, van brand, ontploffing en andere voorvallen, van stoornis in het huurgenot en van stoornis of tekortkomingen in de leveringen en diensten, alles behoudens in geval van schade als gevolg van grove schuld of ernstige nalatigheid van verhuurder ten aanzien van de staat van het gehuurde of van het gebouw of complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt.
Vordering Lemapa en standpunten partijen
- een bedrag van € 171.030,39 wegens in de periode 2002-2005 geleden schade;
- een bedrag van € 1.082,25 wegens in 2007 geleden waterschade;
- een bedrag aan overige schade, waaronder reputatie- en goodwillschade, ten
bedrage van € 97.000,--, althans nader op te maken bij staat;
- buitenrechtelijke incassokosten conform de Wet BIK;
- wettelijke rente;
- de proceskosten van beide instanties.
[geïntimeerde] klaagt (in het incidenteel appel) over het oordeel van de rechtbank (i) dat er sprake was van gebreken (in de zin van artikel 7:204 BW Pro), (ii) dat deze gebreken aan [geïntimeerde] toerekenbaar waren (in de zin van artikel 7:208 BW Pro) en (iii) over de verwerping van [geïntimeerde]’s beroep op het exoneratiebeding.
Beoordeling van de grieven (algemeen)
Op deze procedure is het sinds 1 augustus 2003 geldende huurrecht van toepassing.
Gevorderde waterschade wegens ontoereikende hemelwaterafvoer
Gevorderde schade wegens gebrekkige riolering
- Pand nummer 13 was aangesloten op het riool dat onder het gehuurde doorliep (vanaf L situatieschets).
- Na de brand in 1999 is door partijen gesproken over vervanging van het hele riool (van D tot de openbare weg, punt K situatieschets). Uiteindelijk is de riolering toen (onder directie van Lemapa) slechts gedeeltelijk vervangen, en wel tot ongeveer een meter na punt E, omdat in het deel na E geen verstoppingen waren geconstateerd, zoals Lemapa zelf stelt.
- Nadat in 2002 sprake was geweest van verstoppingen, heeft de firma [X] in februari 2003 in opdracht van [geïntimeerde] met een camera het riool onderzocht. De camera is toen vast komen te zitten. Het is de firma [X] niet gelukt de camera meteen weer uit het riool te verwijderen.
- Uiteindelijk is geconstateerd dat de oorzaak van de lekkage was gelegen in de aansluiting (na punt E) van de nieuwe riolering op de bestaande riolering.
- In opdracht van [geïntimeerde] is de riolering daarna (in januari 2004) tot de straat (punt K) vernieuwd. [geïntimeerde] heeft toen tevens een aparte rioolbuis ten behoeve van nummer 13 naar de straat laten aanleggen.
“(….) Uit het voorgaande trek ik de volgende conclusies:De kosten van het ontstoppen van het herentoilet zijn geheel voor uw rekening. U had de directie over de werkzaamheden van het vernieuwen van de riolering vanaf Beavers[hof: nummer 13]
en het herentoilet tot voorbij de vetput. Nu zijn met betrekking tot de uitgevoerde werkzaamheden nalatigheid/fouten geconstateerd, waarvoor wij als verhuurder niet aansprakelijk zijn. (…)Uit het voorlopige verslag van rioolinspectie en gesprekken met de heer [naam 1] concludeer ik dat u in gebreke bent wat het goed functioneren van de riolering betreft (…) U bent (…) de zorg voor het legen van de riolering, niet nagekomen.De exacte bevindingen van de rioolinspectie met aanbevelingen krijg ik nog van [X] rioolwerken. Na ontvangst van dit verslag zal er een gesprek plaatsvinden met alle belanghebbenden partijen.Tenslotte meld ik dat ik niet betwist dat de riolering aan vernieuwing toe is. Maar hierover wil ik eerst wachten op het adviesrapport [X] en in goed overleg met belanghebbende tot een plan van aanpak komen.”
Uit deze productie komt onder meer naar voren dat met name in het vierde kwartaal 2003 het riool regelmatig begon over te stromen, dat deze problemen uitsluitend ontstonden wanneer de naastgelegen bar van nummer 13 druk werd bezocht, dat pas eind 2003 de resultaten van het onderzoek van de firma [X] door [geïntimeerde] aan Lemapa bekend werden gemaakt, dat elke overstroming per fax aan [geïntimeerde] werd gemeld en dat op 19 december 2003 een bespreking tussen partijen heeft plaatsgevonden.
Lemapa heeft in dit verband gesteld dat [geïntimeerde] reeds in 2000 wist dat niet het hele riool was vervangen. Door eerst in 2004 het riool te vervangen en eerder niets te doen, versterkt [geïntimeerde] de opvatting van Lemapa dat [geïntimeerde] grove schuld had c.q. in ieder geval ernstig nalatig was bij de diverse overstromingen in 2002 en 2003 (de ernstigste in oktober 2003). Door pas in januari 2004 die werkzaamheden uit te laten voeren, is die schade temeer het gevolg van grove schuld c.q. ernstige nalatigheid van [geïntimeerde], aldus Lemapa.
heeft betwist dat er bij hem sprake is geweest van ernstige nalatigheid of grove schuld en heeft onder meer aangevoerd dat Lemapa zelf heeft verzuimd om rioleringswerkzaamheden bij de toiletten en de keuken uit te voeren en dat de problemen van de overgang van oud naar nieuw (na E) zijn toe te rekenen aan Lemapa.
€ 1.082,25 wegens waterschade in 2007, naar het hof uit productie 28 bij akte van 16 mei 2012 afleidt na hevige regenval op 14 juni 2007. Deze vordering is niet deugdelijk naar voren gebracht en onderbouwd. Met name is niet (voldoende) toegelicht dat sprake is van een gebrek in de zin van art. 7:204 lid 2 BW Pro en dat dit aan [geïntimeerde] kan worden toegerekend (in de zin van artikel 7:208 BW Pro c.q. de artikelen 6:74 en 75 BW). De enkele omstandigheid dat er bij hevige regen sprake is geweest van lekkages in het gehuurde, is daartoe ontoereikend. Dit geldt temeer nu vaststaat dat [geïntimeerde] in 2005 een voorziening heeft laten aanbrengen waardoor nummer 9 en nummer 11 (mede) afwateren naar de voorkant (zie rechtsoverweging 1.4). Hoe dit ook zij, er is bovendien geen aanwijzing dat [geïntimeerde] terzake grove schuld of ernstige nalatigheid kan worden verweten.
Slotsom
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst af de vorderingen van Lemapa;
- veroordeelt Lemapa in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op 26 maart 2014 begroot op € 3.300,-- aan salaris gemachtigde;
- veroordeelt Lemapa in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 1.601,-- aan verschotten en € 11.420,50 aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.