Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
18 december 2015 van de rechtbank Rotterdam.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
.
Gerechtshof Den Haag
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen naar Denemarken te verhuizen. De rechtbank Rotterdam wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. De vader verzette zich tegen de verhuizing en wilde betrokken blijven bij de opvoeding en verzorging van de kinderen.
Het hof nam de belangen van alle partijen in ogenschouw, waaronder de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding, de gevolgen voor de minderjarigen en de communicatie tussen ouders. De moeder stelde dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege haar studie, persoonlijke ontwikkeling en de situatie van haar partner. De vader betwistte deze noodzaak en stelde dat de moeder onvoldoende rekening hield met zijn rol en het belang van de kinderen.
Het hof oordeelde dat de moeder de noodzaak tot verhuizing onvoldoende aannemelijk had gemaakt, mede omdat de studie in Denemarken werd gevolgd om een uitkering te behouden en er onvoldoende bewijs was dat de partner niet in Nederland kon werken. Daarnaast zou de verhuizing het contact tussen vader en kinderen bemoeilijken. Het hof bekrachtigde daarom de afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming.
Het hof nam het advies van de raad voor de kinderbescherming mee, maar gaf aan dat de rechterlijke afweging een andere invalshoek kan hebben dan het advies. Het hof adviseerde de raad de situatie te monitoren en de ouders te begeleiden om de spanningen te verminderen.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de moeder definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verhuizen naar Denemarken af wegens onvoldoende noodzaak.