ECLI:NL:GHDHA:2016:3321
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- T.G. Lautenbach
- A. Dupain
- E.E. de Wijkerslooth-Vinke
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad van eigenaren studentenhuis bij geluidsoverlast buren
De zaak betreft een geschil tussen buren over geluidsoverlast veroorzaakt door studenten die een pand huren van de eigenaren, de gebroeders. De buren vorderen ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming van het pand vanwege de overlast. Het pand is sinds 2004 in bezit van de gebroeders en wordt sinds 2011 bewoond door tien studenten.
Er is akoestisch onderzoek verricht waaruit blijkt dat de geluidsisolatie tussen de panden onder normale omstandigheden voldoende is. De buren ervaren echter hinder van harde muziek en luidruchtig gedrag. De voorzieningenrechter wees eerdere vorderingen af wegens onvoldoende noodzaak en reden voor een ordemaatregel.
In hoger beroep betoogden de buren dat de eigenaren nalaten op te treden tegen de overlast en dat zij onrechtmatig handelen door het beheer aan een stichting over te laten. Het hof oordeelt dat onrechtmatig handelen kan bestaan uit nalaten, maar dat de buren onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de huidige huurders overlast veroorzaken of dat de eigenaren onrechtmatig nalaten op te treden.
Het hof acht de overlast niet ernstig en structureel genoeg om ontbinding van de huurovereenkomsten te rechtvaardigen. Verder is het pand inmiddels aangepast, het dakterras verwijderd en zijn maatregelen genomen tegen overlastveroorzakers. De vorderingen worden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de buren af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.